Heeft u alle columns van Caty al gelezen? 

Caty Groen is behalve columnist ook journalist, redacteur en schrijver van de Rick Benson-serie. Ook schreef zij diverse boeken waarin de stad Dordrecht vaak een rol in speelt.

Sommige columns verschenen eerder in De Stem van Dordt en andere uitgaven van De Persgroep.

 


 

Columns

18 september 2018

Hokjesdenken in de Albert Heijn!

Het gebeurt dagelijks in mijn hoofd, terwijl ik juist ruimdenkend wil zijn. De ene dag gaat het beter dan de andere.

Afgelopen winter, toen het vroor en ik ’s morgens hondsvroeg bij de redactie arriveerde, lag er vaak een zwerver te slapen naast het fietsenhok. Een paar keer ben ik naar boven gegaan om koffie voor ons te halen. We zaten dan op het bankje voor het kantoor en praatten. Niet lang, want hij moest zich tijdig met zijn slaapzak uit de voeten maken voordat de politie hem vond. Dat ik me daar achteraf goed over voelde is ook een vorm van hokjesdenken en dus fout.

Jarenlang zat ik aan een bureaublok tegenover een dierbare Surinaamse collega die nog steeds een goede vriend is. We kibbelden over elkaars voorkeuren voor roti en rijstebrij. Over die vermeende gelijkheid zei iemand met een donkere huidskleur eens: ‘Iedereen moet zijn best doen, alleen wij een beetje meer.’

Hokjesdenken heb ik ook vaak in de supermarkt. Dikke kinderen heb ik in het hokje van die winkelwagen vol roomijs en pakketten gemarineerd barbecuevlees. Zoals er ook het hokje is van de omarmer van de planeet. Zijn boodschapjes passen in een klein winkelmandje en hebben zelden een vrolijke kleur.

Gisteren zag ik een hevig deftige dame die ik ooit eens had geïnterviewd. Het supermarktdecor paste niet bij haar. ‘Goedemorgen mevrouw.’ ‘Ah, goedemorgen mevrouw.’
Bij de kassa stond ze voor me en legde haar boodschappen op de band: een sixpack bier, paprikachips, twee enorme flessen cola, een bak magnetronbami. Met een pak donuts in haar hand keek ze me aan. Ze hoefde zich natuurlijk niet te verantwoorden voor haar aankopen, maar misschien dat mijn gezicht haar daartoe noopte. Volgens mij stond namelijk m’n mond even open. Verontschuldigend knikte ze naar een diepvriesloempia zei geaffecteerd: ‘De buurman. Hij kan niet lopen. Jicht.’

 

 


Columns

07 mei 2018

7/8

Ik weet het niet hoor.
Kijk liever naar jezelf, zullen veel mensen zeggen.
Waar.

Ik geef het ruiterlijk toe. Er zijn vast mensen die hun hoofd schudden als ze mij voorbij zien lopen en zich afvragen of er bij mij niemand thuis was op het moment dat ik de deur uit stapte om mij te waarschuwen voor onsterfelijke belachelijkheid. Natuurlijk, een beetje zelfreflectie kan geen kwaad.

Maar ondanks mijn eigen tekortkomingen qua figuur en kleding wil ik toch even stilstaan bij de 7/8 broek. Die broek kent u ongetwijfeld want hij wordt massaal gedragen. Bij vrouwen vind ik die vrijwel nooit leuk staan. Toen ik op internet zocht naar een afbeelding die dit kon onderschrijven, kwam ik er tot mijn verbazing achter dat dergelijke afbeeldingen bijna niet te vinden zijn. De meeste 7/8-damesbroeken staan afgebeeld in modegidsen, zo ontdekte ik.

Broeken in vrolijke kleuren en met een goede pasvorm die worden gedragen door gedroomde modellen. En ik hoef hier niet te stoppen met schrijven om u erover na te laten denken want hier zit de crux, hè dames. Dergelijke modellen zie ik nooit op maandagmorgen over het Dordtse Bagijnhof lopen. Zelfs niet als de zon net zo zomers schijnt als op die foto in de catalogus. En zelfs als ik de hoofden en ranke tailles van die modellen weg denk en me alleen concentreer op hun benen, dan lijkt het dagelijks straatbeeld negen van de tien keer voor geen meter op die zonnige foto’s die voorbij komen op internet.

Wij zijn namelijk vrouwen zonder Photoshop.

En dat zorgt ervoor dat de dagelijkse onderstellen die uit de 7/8-damesbroeken komen vaak te dun en stakerig zijn, te dik, te kort, te wit of te stoppelig van de haastige scheerbeurt.

Wat kan jou het schelen, zal een groot deel van de lezers denken.
Wat kan mij het schelen, denkt een ander deel van de lezers.
Waar.

Het geeft ook niks, het moet allemaal kunnen maar laten we onszelf dan nooit meer afvragen wat we mooi vinden.

De dames 7/8 kunnen voluit wedijveren met de heren 7/8. Of zijn die stiekem toch een tikkie erger? Een man in een 7/8-broek met onderbenen als stokken, een man in een 7/8-broek met sokken en sandalen, een man in een 7/8-broek met witte sokken en sandalen.

Wat kan jou het schelen, zal een groot deel van de lezers denken.
Wat kan mij het schelen, denkt een ander deel van de lezers.
Waar.

Het geeft ook niks, het moet allemaal kunnen maar laten we onszelf dan nooit meer afvragen wat we mooi vinden.


Columns

20 oktober 2016

Lantaarns verlichtten Het Hof dickensiaans, alleen de sneeuw ontbrak

Vorige week rondde ik de cursus Historisch huizenonderzoek in Dordrecht af in Documentatie- en kenniscentrum Augustijnenhof. Sommige medecursisten wonen zelf in een historisch huis. Zij leerden hoe je met de teletijdmachine die Illustre Dordracum heet, eeuwen terug kon naar de eerste bewoner of zelfs het kale stuk grond dat maten kende als palm, duim, roede of bunder. (Ja, ja, ik heb opgelet!)

Bevlogen cursusleider Jan Willem Boezeman loodste ons in vijf avonden door digitale archieven waarbij we gebruik maakten van prozaïsch opgestelde pc’s in een mooie ruimte vol oude sfeer terwijl buiten lantaarns brandden die Het Hof dickensiaans verlichtten.

Alleen de sneeuw ontbrak.

Zelf woon ik in een, ook tamelijk prozaïsch, appartementencomplex. Ik had de Spuiboulevard buiten de stadsmuur kunnen onderzoeken, maar ik was er om inspiratie op te doen voor het schrijven van een nieuw boek, fictie of non-fictie. Daarin werd ik niet teleurgesteld. Het leukst waren de ontdekkingen aan de hand van Boezemans eigen huis aan de Nieuwe Haven, dat nu te koop staat.

Als vroeger iemand thuis overleed, kwam de notaris die bij de voordeur begon met de boedelbeschrijving. Eeuwenoude boedellijsten voerden me door huizen. Familie en personeel gingen voor me leven.

In de napoleontische tijd werd overal belasting over geheven, zelfs op het bezit van gepoederde pruiken. Als ik u nu vertel dat mijn echtgenoot kapper is, dan begrijpt u dat ik een boek voel opkomen.


Columns

20 oktober 2016

Gezellig, het hippe woord van nu!

U en ik hebben een aantal gezamenlijke Dordtse oude bekenden die altijd vers zijn gebleven, iets wat ik van mezelf niet altijd kan zeggen. Ook blijven zij hip, terwijl ik vaak hijgerig achter de feiten aan sjok. Die gezamenlijke oude bekenden zijn acht winkeliers die al jaren een speciaalzaak hebben in Dordrecht.

Dat is in het huidige winkelklimaat al een bijzonderheid op zich.

Als je dan nog steeds fris, vers en bij de tijd bent moet u met me eens zijn dat we onze oude bekenden vaker een bezoekje moeten brengen. Dat kan tegenwoordig heel gemakkelijk. Producten van groentewinkel Bresser, slager Gelderblom, Kippie, Koelewijns vis, bakker Korteweg, bloemisterij ’t Kroontje, Cave Michel wijnhandel en Van Pelt delicatessen kun je namelijk ook online kopen en worden thuisgebracht tot op uw aanrecht.

Is dat hip of niet?

Op www.drechtvers.nl kunt u naar hartenlust op bezoek gaan bij onze oude bekenden. Wacht even, niet weggaan want er is meer. De site van drechtvers.nl is al net zo hip. Ik mag daar een bijdrage aan leveren, want er komt een receptenpagina die ik ga vullen. We beginnen deze week op donderdag en dan komt er om de andere week op donderdag een lekker en supermakkelijk te maken recept met producten van onze fris-verse bekenden.

Een gezellige tekst, gezellig recept en gezellige foto’s. Gezellig is het hippe woord van nu. Genieten ook. Maar dat komt later. Als het eten op tafel staat.


Columns

27 mei 2016

Afgunstig op ervaren Thomas Cooks op Dordts station

Als openbaarvervoer-kluns ben ik afgunstig op de ervaren Thomas Cooks die me op het Dordts centraal station met kwieke tred passeren of ik een hinderlijk obstakel ben.

In de treincoupé blader ik zogenaamd nonchalant in een tijdschrift, maar ontdek al snel dat dit ‘uit’ is. Iedereen leest digitaal. Dom van mij. Meteen pak ik m’n iPhone want die heb ik ook, hoor mensen!

Dan gaat tegenover me een meisje zitten dat alles heeft wat mij smartelijk ontbeert: ze is jong, mooi en bovenal heel dun. Slechts tien centimeter neemt ze in beslag als ze gaat zitten. Uit ieder oor verdwijnt een wit draadje naar haar hippe lederen tas. Relaxed pakt ze er een laptop uit. Turend naar het scherm voelt ze weer in de tas en eet even later een broodje gezond.

Gefascineerd kijk ik toe.

In haar plaats zou ik bang zijn dat ik plotseling meezing met de dopjes in mijn oren, of gewurgd wordt door die witte draadjes. Zomaar zou een natte tomaatschijf van mijn broodje in de schoot van mijn buurman belanden. Zo niet bij deze Dunnie die alles tegelijk kan.

De lederen tas rinkelt. Kalm scrollend, dopjes in haar oren, broodje in de hand, tast Dunnie naar haar telefoon. Elegant trekt ze aan één draadje waardoor het dopje speels uit haar oor plopt. Tegen de beller zegt ze:

‘Leuk je te horen, ik zit toch te niksen in de trein.’


Columns

08 juli 2015

Lee Towers betrokken bij diefstal in Dordtse Supermarkt

Dit najaar verschijnt een boek over agent Dirk-Jan Grootenboer dat ik mag schrijven. Het geeft een inkijkje in zijn werk als hoofdagent van politie. En dat alles in ons pittoreske Dordrecht. Naast blogteksten van D-J staan er veel foto’s en interviews in. En mijn ervaringen vanuit de politieauto.

Voor het eerst van mijn leven zit ik in een dienstwagen.

We razen over de Spuiboulevard om te assisteren bij een winkeldiefstal in een supermarkt. Vanaf de achterbank kan ik het gesprek tussen de collega’s voorin niet goed verstaan. Ik begrijp dat één winkeldief is gepakt, de andere drie zijn weggerend. En dat allemaal op het moment dat Lee Towers in de winkel was. Nieuwsgierig buig ik vanaf de achterbank naar voren.

Lee Towers?

De agenten staan strak van de adrenaline en daarom vraag ik maar niet hoe het nou zit met Lee Towers. Ondertussen peins ik: zou Lee een Bonusvoordeeltje erg letterlijk hebben genomen of zou hij juist slachtoffer zijn?

Plotseling trapt D-J op de rem. De collega springt uit de auto en gaat naar een agent die een winkeldief vasthoudt. Van de drie anderen geen spoor en daarom rijdt D-J met hoge snelheid verder.
Ik wil nu toch weleens weten wat er aan de hand is, dus buig ik opnieuw naar voren en vraag: ‘DJ, je zei toch Lee Towers?’

Hij zegt: ‘Klopt. Het zijn er vier. Vier Litouwers.’


Columns

27 december 2013

Mobiele oliebol

Waar zit je?’‘…’

‘Bonbons? Nee, ik hoef geen bonbons, alleen als je naar Breda gaat.’
‘…’

‘O, je gáát naar Breda? Ik dacht dat je vanmiddag naar Arie moest?’
‘…’

‘Griep? Haha, ik had hem net nog aan de lijn en toen had hij nergens last van, hoor.’
‘…’

‘Nee, ik ben nu in de Hema. Dus je gaat niet naar Arie? Misschien heeft hij er geen zin in dat je langskomt. Hij heeft me weleens verteld dat hij er altijd tegenop ziet als jij bij hem langskomt.’
‘…’

‘Ja, weet ik veel. Die man heb gewoon denk ik geen zin in jou, dat kan toch gebeuren?’
‘…’

‘Oliebollen meenemen?’
‘…’

‘Nee, ik kom niet langs de oliebollenkraam. Ik ben niet thuis vanmiddag. Hé, ik ga hangen. Doei!’


Columns

05 december 2013

Ramsj

De grote schrik van een auteur is dat hij zichzelf in de ramsj ziet liggen.

Daarom bekeek ik aanvankelijk met gemengde gevoelens een advertentie op Marktplaats. Hoewel je op Marktplaats ook nieuwe dingen kunt kopen, heeft de site toch vooral de sfeer van ‘gebruikt’ om zich heen hangen.

Eerst dacht ik dat iemand mijn boek te koop aanbood op Marktplaats.

Ik bedoel, ik ben niets meer of minder dan die duizenden andere auteurs die gebruikt op Marktplaats liggen. Er is zelfs al een boekje van mij te koop aangeboden, waar ik eerst van schrok. De aanbieder schreef echter dat het ‘erg leuk’ was om mij te lezen, waardoor ik op slag milder gestemd was.

De verkoper die ik gisteren op Marktplaats tegenkwam biedt geen boek van mij aan, maar een boekenlegger. En dat vind ik uiteindelijk toch erg leuk. Een kartonnen kaartje voor de liefhebber, de verzamelaar. En dat voor slechts 0,60 cent.

Wie biedt?


Columns

21 mei 2013

Kaars

Het is vreselijk wat er is gebeurd met de broers Julian en Ruben. Natuurlijk is het verschrikkelijk. Afschuwelijk. En daarom hoop ik dat u mij goed begrijpt.

Ik zit namelijk vaak te twitteren en ben een fervent bezoeker van Facebook. Daar deel ik van alles met de hele wereld. Ja inderdaad, het geeft ook mijn egootje een boost.

Er is een boel interessants te lezen op Twitter en Facebook, maar er wordt ook heel wat op gezanikt; Leuke foto van je bord aspergesoep! Dat zal lekker smaken! Geniet ervan! Enjoy! Heerlijk! Lekker hoor!

Soms irriteert het me een beetje en dan vooral omdat het lezen van dit soort berichtjes veel tijd kost. Maar ik blijf ze toch lezen. Ik sta er een beetje dubbel tegenover. Het is leuk maar ook tijdrovend.
Aan de andere kant: als je écht iets te zeggen hebt, kun je in tijd van een paar uur enorm veel mensen bereiken. Een voordeel dat ik nog niet zo snel zie bij een ander medium.

Waar ik ook een dubbel gevoel over heb zijn de massaal gedeelde foto’s van brandende kaarsen, al dan niet Photoshop-ingekleurde afbeeldingen van Julian en Ruben, de gebeden, de wensen voor de nabestaanden, kortom het enorme digitale verdriet. Ik word er verlegen van, weet er niet goed raad mee.

En als dan ook nog iemand twittert dat hij uit respect een uur niet gaat twitteren, dan voel ik me schuldig als ik dat wel doe. Ik kan niet tegen zo’n indirecte terechtwijzing. Om nog maar te zwijgen over al die betweters die ingewijd menen te zijn over de toedracht, de schuldvraag en de wijzende vinger want die emmer met pek en veren staat niet voor niets klaar.

In korte tijd zag ik honderden tweets en posts voorbijkomen voor Julian en Ruben. Duizenden digitaal huilende mensen. Ontroostbaar zijn ze niet want na twee hartverscheurende berichtjes over de broers op Facebook zag ik dat een van mijn ‘vrienden’ een minuut later een Vind-ik-leuk gaf aan de pagina Romantische Diners. Ik vermoed dat hij zich verheugt op een etentje bij kaarslicht.


Columns

06 april 2013

Kakelen als en over kippen zonder kop

Als deze krant verschijnt wordt Het Referendum gehouden. Ik beken: geen idee waar het over gaat. Wie beweren dat wel te weten kakelen verdacht veel door elkaar. Je stemt over een handelsverdrag met de Oekraïne, kakelt de een. Welnee, dat geldt al sinds januari, kakelt de ander. Maak gebruik van je stemrecht, tokt iemand. Dit is geen stemmen, tokt iemand anders.

Stem ja anders hebben die nee-stemmers straks de meerderheid en dat wil je toch niet, vraagt een vriend. Of blijf thuis en gok op een te lage opkomst waardoor het referendum ongeldig is. Trouwens, dit is voor de Oekraïners een graadmeter of ze kunnen toetreden tot de EU. Iets wat veel Oekraïners niet eens willen, weet de vriend.

In Zwitserland is er zo’n acht keer per jaar een referendum. Vreselijk om iedere zes weken, verscheurd door twijfel, naar een stembus op een alp te klauteren. Het is idioot geregeld, zegt Maurice de Hond. Alleen nee-stemmers naar de stembus laten gaan is voldoende.

Dat klinkt logisch.

In de Oekraïne houden ze kippen in legbatterijen waarover men bij ons in de jaren 60 al schande sprak, hoor ik op de radio. En zowel de platgedrukte Oekraïense kip als haar ei wordt hier industrieel verwerkt in bijvoorbeeld mijn pizza. Meer gekakel, niet als maar over kippen zonder kop. En Pasen is nog geen twee weken geleden.


Columns

25 februari 2013

Aanbesteding

Vorige week kwam ik in de supermarkt een oude bekende tegen. Midden op het geforceerd gecreëerde pleintje tussen de broodafdeling en de verpakte vleeswaren hielden we halt en omdat we zo blij waren dat we elkaar weer eens zagen, bleven we gewoon lekker een kwartier lang iedereen in de weg staan.
We vroegen naar elkaars werk en hoewel we allebei een volle boodschappenkar hadden, waren we blij dat we überhaupt nog werk hadden in deze tijd van crisis want o, o, als je om je heen keek dan was het toch bar en boos. Nou ja, ik hoef niet verder uit te wijden, u kent dit soort ontmoetingen wel.

Die oude bekende van mij is al jaren monteur en hij vertelde met onverholen trots dat hij nog steeds bij hetzelfde bedrijf werkt, hoewel het er de laatste jaren wel vreemder aan toe gaat dan vroeger. Als rasechte Dordtenaar kon zijn werkgever hem midden in de nacht bellen met een storing aan een lantaarnpaal. Hij kon er rechtstreeks uit bed en met zijn ogen nog dicht naar toe rijden want hij wist feilloos welke lantaarnpaal den Dordtsche straat niet wilde beschijnen. De werkzaamheden gingen hem heel goed af totdat het begrip ‘aanbesteding’ zijn intrede deed.

Sinds zijn werkgever verplicht is mee te doen in ‘aanbestedingsronden’, ziet mijn oude bekende nog eens wat van de wereld. Zo ging vorige week zondagmiddag bij hem de telefoon en omdat hij wachtdienst had kreeg hij het verzoek een storing te verhelpen aan een defecte lantaarnpaal in… 

Gewapend met de gereedschapskist ging hij over des zondags Heeren wegen. Zijn vrouw nam hij ook mee en zo maakten ze er samen een gezellig uitje van.

Het was op de kop af 124 kilometer en anderhalf uur later arriveerde hij bij de defecte lantaarnpaal. Grondwerkers hadden de straat al opengebroken en de storing was binnen een paar minuten verholpen. Mijn oude bekende moppert niet. Akkefietjes op zondag betekenen een salaristoeslag van 200 procent.

Ik heb gehoord dat als er in Dordrecht een lantaarnpaal defect is, bijvoorbeeld bij die oude bekende van mij om de hoek, er een bedrijf uit Arnhem komt voor de reparatie.

Kijk, dát noem ik nou nog eens multicultureel.


Columns

27 januari 2013

Hetze

Vooral vrouwelijke Facebookvrienden maken veelvuldig gebruik van een gezamenlijk sleutelwoord dat ze waarschijnlijk hun dagelijkse conversatie niet zo vaak bezigen. Dat sleutelwoord is: genieten. Ik kom het zelf vaak tegen bij mijn Facebookvrienden en dan vooral de -vriendinnen. En, eerlijk is eerlijk, ik gebruik het zelf ook in Facebookreacties. Genieten is universeel voor alle mogelijke handelingen. Iemand die bijvoorbeeld meldt dat ze niet in huis is krijgt in minimaal vijf reacties een aantal keren het woord genieten toegewenst.

Ik laat de hond uit.

* Heerlijk! geniet ervan!
* Geniet!
* Genieten!
* Ik zit op kantoor, wou dat ik ook naar buiten kon. Geniet er maar van.
* Enjoy!
* Ben jaloers. Genieten hoor!

Ik eet een slagroompunt.

* Heerlijk! Geniet ervan!
* Geniet!
Enz. enz.

Facebook is leuk. Met Facebook werk je allemaal aan een virtuele ‘geniet-wereld’ en wil je niet alleen jezelf een goed gevoel bezorgen door gezellige berichtjes te posten maar wens je ook je Facebookvriend een virtuele gezelligheid. Want wees nou eerlijk, er zijn immers niet zoveel ‘vrienden’ die op Facebook melden dat twijfelen of ze nu willen scheiden van hun vent of niet, spijt hebben dat ze aan kinderen zijn begonnen, vanmorgen ontdekten dat ze alweer aambeien hebben of niet weten hoe ze de rest van de maand rond moeten.

In de virtuele geniet-wereld is geen plaats voor narigheid of pijn. Alhoewel, een paar van mijn Facebookvrienden vertellen weleens over een ziekenhuisopname van henzelf of een familielid. En dan gebeurt er vaak iets waar ik zo van schrik, dat ik mijn ‘vriend’ even niet volg tot zijn narigheid voorbij is.

Je ziet het ook op reactie-sites waar mensen zonder scrupules ‘leeglopen’ bij dingen die hen niet bevallen. En dat schijnt nogal wat te zijn. Soms lees ik met plaatsvervangende schaamte reacties van individuen die hele groepen mensen wegzetten en hen de maat nemen. Het is verbazingwekkend hoe goed die mensen scheldwoorden kunnen spellen en hoeveel fouten er in de overige woorden zitten. Maar dat zijn dan vaak nog reacties van onbekenden, meestal op het nieuws van de dag. Als iemand vindt dat alle Marokkanen moeten oprotten uit Nederland, dan schrijven ze dat gemakkelijker als Supermario52 dan als Piet van Driel, Dorpsweg 14 in Almelo.

Facebook bespeur ik vaak een tikje hetzevorming als iemand iets post dat niet met genieten te maken heeft. Bij wijze van meeleven worden de vrienden ook ‘boos van onmacht’ als de moeder van een vriend een open been heeft, een andere vriend een gezwel heeft waar hij niet van geniet of in het bezit is van een kind met griep. Ineens is reageren minder makkelijk. Het woord ‘sterkte’ steekt hier dan vaak de kop op maar vaker nog is er een superieur toontje te ontdekken. Een toontje waarbij het medeleven er wordt uitgeperst, en dan snel stiekem opgelucht doorklikken naar de volgende vriend die goddank wel geniet.

Mijn moeder heeft een open been.

* Sterkte
* Bij welke dokter is ze ?
* Sterkte
* In welk ziekenhuis ligt ze?
* Heeft ze weleens extract van de paarse cactus gebruikt. Homeopathisch. Geweldig.
* In ziekenhuis X. De dokter zegt dat er niets meer aan te doen is.
* Tien druppels slikken bij volle maan. En als dat niet helpt, de dosis verhogen naar 1 juslepel.
* Wat?!?! Dat moet je niet pikken! Vraag een second opinion!!!
* Ziekenhuis X is een rotziekenhuis. Mijn opa is er ook in doodgegaan. Ik zeg: opzouten met dat ziekenhuis.
* Weghalen die moeder daar. NU!
* Dokter Jansen Steur zeker, hahaha.
* Jaahaa, hahaha.
* Haha.
*


Columns

09 januari 2013

Wat voor zaak is Makro eigenlijk?

Als gemeenteambtenaar kon mijn vader vroeger weleens een pasje bemachtigen van de Makro. Hoewel ik als kind geen idee had wat de Makro precies was, vertrokken we in licht opgewonden staat met de auto naar Breda. Ik kan mij herinneren dat er maar twee personen werden toegelaten na een strenge blik op de Makropas, inschrijving van de Kamer van Koophandel en misschien ook nog wel een identiteitsbewijs. Het was ten tijde van de Koude Oorlog en volgens mij ging je toen gemakkelijker vanuit de Sovjet-Unie de grens over naar China dan dat je in Breda de Makro inkwam.

Na afloop van zo’n Makrobezoek mopperde mijn moeder omdat zij onvoldoende kastruimte had om de ‘treetjes’ met blikken ananas en afwasmiddel een plekje te bieden. Mijn vader vond zo’n zeldzaam bezoek aan de Makro leuker dan mijn moeder. Op de vraag aan mijn ouders wat Makro nu precies was, bleven ze vaag. Duidelijker dan ‘een soort winkel waar ze alles in het groot verkopen’ is het nooit geworden.

Jaren later was ik zelf gemeenteambtenaar en kon ook ik een Makropas lenen. Ook toen ging ik naar Breda en ook toen begreep ik niet goed wat voor soort zaak de Makro nu precies was. Of beter gezegd, voor wíe de Makro nu precies was. Het was in de jaren tachtig, ik was een eindje in de twintig en het Makro-restaurant was boven. De meeste pashouders gingen er als eerste heen om er saté met friet te eten.

In mijn herinnering waren het allemaal dezelfde soort mensen; niet al te grote mannen met dikke buiken en een horecahoofd. Ze droegen een leren jack dat op een markt in Spanje was gekocht, hun hoofd was nog bruin van de zon en ze hadden een zegelring aan hun ringvinger en nog een ring om de pink. De dikke buik werd veelal gevolgd door een vrouw op iets te hoge hakken, kapot geblondeerd haar en een jas met bontkraag.

Tijdens de saté en patat in de Makro was ik constant in de war. Ik vermoedde dat alle ondernemers die daar zaten te eten uit de horeca kwamen, een snackbar hadden. Maar afgaande op de patat die geserveerd werd (en die er toch soepeltjes in ging bij de familie van Jacobse en Van Es), kon ik me niet voorstellen dat een echte horecaondernemer dit zelf lekker vond.

Als je met je gekochte waar naar buiten ging, werd je steevast staande gehouden door een medewerker die op barse toon je aankoopbon opeiste en de artikelen in de kar telde. Zowel het binnenkomen als het vertrek bij de Makro waren ongemakkelijke momenten. Ik was bang dat de Makro-man zou zeggen: ‘Wat moet dat met die emmer mayonaise in je kar, je hebt niet eens een snackbar.

Wat heb je eigenlijk wel voor een onderneming? Wat? Ben je gemeenteambtenaar? Wegwezen, je mag hier niet eens komen. Dit is voor mensen die inkopen doen voor hun bedrijf en dat bedrijfsmatig weer gebruiken en verkopen. Particulieren die net doen alsof ze een bedrijf hebben, zijn hier niet welkom. En nou opzouten anders bel ik de politie!’

Inmiddels is er een Makro-vestiging in Dordrecht, ben ik zelf een kleine ondernemer en heb ooit eens een pas gehad die ik volgens mij voorgoed aan een vriendin heb uitgeleend. Nu ben ik getrouwd met een man die eveneens ondernemer is maar dan een veel grotere. Hij heeft ook een Makro-pas en een heel enkele keer komen wij dus weleens bij de Makro omdat hij daar dan iets van schoonmaakmiddel haalt en een paar grote dozen per stuk verpakte koekjes voor zijn klanten die een kopje koffie krijgen. Soms mag ik nog eens een aanbiedingsdoos waspoeder in die kar kiepen maar wij houden zeer van onze middenstand en kopen dus bij voorkeur in onze buurt en als het mogelijk is in ieder geval in onze stad.

makrokrantIk vind er wel veel veranderd bij de Makro. De keren dat ik bij de vestiging in Dordrecht ben geweest, stonden de toegangspoortjes wijd open. Niks controle bij binnenkomst. Er lopen veel oudere echtparen te winkelen zoals je in de supermarkt doet met een enkel flesje, potje of tube die dan wel in een veel te grote winkelwagen liggen.

Makro is kennelijk van de grootverpakkingenfilosofie afgestapt want in de schappen is het plastic om de verpakkingen losgetrokken (door de klanten?) en kun je gewoon één blikje ananas in je veel te grote winkelwagen leggen en één tubetje mayonaise in plaats van een emmer van tien liter.
Voor mij is het alleen maar onduidelijker geworden.

Tegelijk met David Hasselhoff in de campagne van het Miljoenenspel, vraag ik me bij de klanten van Makro af: who are all these people?

Zijn al die oudere echtparen met dat ene pakje sinaasappelsap, potje jam en twee appelflappen (bij de uitgang) nu oud-ondernemers die nog steeds staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en dus nog steeds een pas hebben? Of lenen ze de pas van hun kinderen waar ze hun bedrijf aan hebben overgedragen? En al gezinnen die een dekbed, digitale camera en diepvriesvlaai kopen, zijn dat ondernemers?

En dan nog een vraag: was het nou van oorsprong meelde bedoeling dat de ondernemer de gekochte waar weer doorverkocht in zijn eigen zaak? Zo’n zak meel van 25 kilo, die er ook nog ligt, daarvan zal het toch wel de bedoeling zijn dat een eetgelegenheid iets gaat bakken en verkopen? Als het de bedoeling is dat Makro meer en meer een ‘gewone’ winkel wordt waar de enige restrictie een inschrijving van de Kamer van Koophandel is, dan zouden all these people toch als eersten moeten weten hoe zeer zij de winkel in hun buurt benadelen door al die particuliere aankopen te doen bij de groothandel.

Ik roep niet op om de Makro te boycotten maar ik hoop dat alle kopers die met hun auto naar het industrieterrein rijden om een doosje bonbons te kopen of een pak koffie, zich realiseren dat er kleine ondernemers zijn die veel geld moeten betalen voor de vierkante meters van hun gehuurde winkeltje en iedere dag weer hun best doen om all these people van dienst te zijn.


Columns

29 december 2012

Op de schaal van alle wereldleed

Stel je voor dat je ooit een gevierd kampioen oliebollenbakker was. Van heinde en verre kwamen de mensen voor jouw bollen want dat waren de beste in de wijde, wijde omtrek. Warm en knapperig, bereid uit de beste grondstoffen, goudgeel gebakken en bovenal helemaal niet vet. Dus ga je, misschien een keer vaker dan anders, zo’n zak van die goudgele prijsballen halen. Want ze zijn inderdaad heel lekker. Lekkerder dan de eigen baksels of die uit familiekring en lekkerder ook dan de bollen van menig vooraanstaand banketbakker.

Het gaat de oliebollenbakker voor de wind.

Bij hem in de kraam staat er op een doordeweekse ochtend meer personeel dan er op de hele Voorstraat aan winkelend publiek loopt. Altijd zijn er klanten, klein en groot. En ieder jaar als hij zijn kampement begint op te bouwen op de Spuiboulevard, gonst het door de stad: ‘Hij is er weer’ en ‘heb jij ze al op?’

De kampioen kocht een nóg grotere oliebollenkraam en breidde zijn assortiment verder uit want veel mensen prezen ook zijn appelflappen, beignets en slagroomhoorns. En zo stond je op een dag voor een toonbank met een grotere afmeting dan in menig bakkerswinkel te vinden is. Sterker nog, ik vermoed dat er in Dordrecht nog maar weinig winkels zijn met van die lange toonbanken. Dat hebben wij Dordtenaren toch maar, zo’n enorme openluchtwinkel aan de Spuiboulevard.

En de bollenbakker blijkt ook met zijn tijd mee te gaan.

Zoals het een goed ondernemer betaamt probeert hij scherp te zijn, het succes hoog te houden en dus past hij de receptuur aan om almaar beter te worden. En misschien sloop juist daar de fout in. Want is het niet zo dat goed goed is? Het zou ook kunnen zijn dat de bollenkampioen, opgejaagd door successen van concurrenten elders in het land, een beetje uit de bocht vliegt. Want wat is er gebeurd? Dit jaar kwamen de oliebollenkeurmeesters van het AD opnieuw de proef op de som nemen en eindigde onze eigen oliebollenkampioen op een treurige plaats 109. En als je weet dat er 131 plaatsen zijn dan is dat heel, heel laag.

De jury schreef in het AD van 28 december: ‘Wat moet je hier nu mee?

Ron staat bekend als toppertje in de branche. Besloot dit jaar anders te gaan werken. Dat pakt niet goed uit. Te sterke kaneelsmaak. Weinig lovende woorden van panel.’

Als je het oordeel gaat ontleden, wat gelijk staat aan het tellen van de rozijnen in een goed gevulde bol, dan lees je dat de kaneelsmaak te sterk was. Kennelijk is dat een reden om iemand naar de onderste regionen te laten donderen.

Wij gaan onze oliebollenvriend een bosje bloemen brengen om hem te troosten en maken hem duidelijk dat op de schaal van alle wereldleed eindigen op de honderdnegende plaats in een oliebollentest helemaal niets voorstelt. We vertellen er ook bij dat hij als oliebollenbakker kracht kan putten uit dat eeuwenoude bijbelse spreekwoord dat je kunt vinden in het bijbelboek Mattheüs en om precies te zijn in Mattheüs 19, vers 30. En dan ga ik nu koffie zetten en neem er zo’n hemelse bol bij.


Columns

12 december 2012

Beleving

Het huis-aan-huisblad Style2be verschijnt tien keer per jaar in een oplage van 120.000 exemplaren in Drechtsteden. Namens boekhandel Vos & van der Leer doe ik verslag vanuit de boekhandel. Vaak probeer ik de lezer mee te nemen voor een kijkje achter de schermen bij de boekhandel of opinieer de retail algemeen.

In de editie van december stond deze column.

In Nederland bestaat een raar misverstand. Het volgende is aan de hand: veel mensen kopen via internet. Dat vinden ze makkelijk. Je kiest vanuit je luie bureaustoel en laat met één muisklik alles thuisbezorgen.

Slimmeriken gaan eerst schoenen passen in de winkel, kijken of die jas net zo mooi is als op hun beeldscherm en bladeren in het boek voordat ze daarna thuis op de button ‘In het winkelmandje’ drukken. Diezelfde slimmeriken roepen luid dat winkelcentra aan het verpauperen zijn met al die lege winkels. ’s Zaterdags door de stad wandelen is lang zo leuk niet meer als vroeger. Gek hè?

Het leek erop dat kopen via internet ook voor de boekenbranche een gevaar werd. Om nog maar te zwijgen over boeken lezen met een e-reader. Ik kan niet ontkennen dat de verkoop van boeken sinds 2009 zo’n vijftien procent is gedaald. Toch houdt de boekhandel nog meerdere vingers in de procentenpap.

Het GFK berekende dat dit jaar 25% van de boeken is gekocht op internet, 3% voor de e-reader en nog altijd 72% aan boeken fysiek over de toonbank is gegaan.

Genoeg over procenten. Tijd voor actie. Want de boekhandel van waaruit ik verslag doe gaat mee met het begrip ‘beleving’.

Gebleken is namelijk, uit weer een ander onderzoek, dat mensen nog wel achter het beeldscherm zijn weg te rukken voor een beleving; de geur in een koffiewinkel, het proeverijtje op de delicatessenmarkt of het bijzondere cadeautje uit die speciaalzaak. En dat is nu precies wat veel sint- en kerstkopers gelukkig wél doen aan het einde van het jaar: gewoon naar de winkel gaan en daar je inkopen doen. Wel zo leuk.

En de beleving bij de boekhandel? O, kom er eens kijken, ze hebben meer dan boeken.


Columns

10 december 2012

Bonus

De enige plek waar je de mensch in onverholen toestand kunt aantreffen is voor de servicebalie van Albert Heijn.

Ik hou me er graag op en heb respect voor de blauwgeschorte brigade achter de toonbank die zich in verschillende gradaties van succes naar sluitingstijd sleept.

Gefascineerd loer ik naar rimpels tussen wenkbrauwen van ongeduldig wachtende klanten, klaar om gif dan wel gal te spuwen als ze aan de beurt zijn. Ik heb er een sport van gemaakt te raden welke klachten er schuilgaan achter die bonte rij wachtenden met hun verbeten monden, tot strepen getrokken lippen, woedende toetsenindrukkers van mobiele telefoons en naar de hemel gekeerde ogen in een bij zichzelf opgelegde schijnheilige beheersdheid.

Maar bij Albert Heijn in het Achterom kom ik niet aan mijn gerief. In die winkel, waar het op zaterdagmiddag lijkt zoals ik me het voorportaal van de hel voorstel, is de servicebalie een ongeschikte draalplek. Op de winkelvloer word je al overvallen door het gevoel bij werkelijk iedereen in de weg te staan, laat staan dat je bij de servicebalie ‘ho’ durft te roepen als je crowdsurfend naar buiten word gedragen. Nee, dralen lukt het beste in die fijne ruime Albert Heijn aan de Maasplaza.

Wat is er in die winkel een heerlijk grote plaza voor de servicebalie ingeruimd, menschen. Komt en beklaagt uzelve en ik zal luisteren wie u bent!

Ongestoord kan ik er dralen bij het krantenrek, bij de vaste planten of verse snijbloemen. En mits de mopperaars een beetje een keel van betekenis opzetten, wat vele doen, kan ik ongestoord genieten. Het enige dat mij dwingt de winkel te verlaten is het roomijs dat in mijn tas begint te smelten of de runderlap die ik toch echt moet gaan braden om te voorkomen dat het vanavond vermomd als schoenleer op tafel komt.

De donderwolkgezichten met een Bonusfolder en een lange kassabon in de hand zijn mijn favoriet. Die zijn erg. De donderwolk kent niet alleen alle prijzen uit zijn hoofd, hij weet ook van iedere barcode de bijbehorende cijfers en alle ten-minste-houdbaar-tot-datums. De donderwolk maak je niets wijs. De donderwolk koopt niet bij Albert Heijn, hij ís Albert Heijn.

Zaterdag was een geluksdag. Ik schoof met een bosje bloemen aan in een klein rijtje voor de servicebalie. Hij stond voor me. Oh Happy Day! Vrouwen kunnen erg zijn maar mannen maken vaak meer show rondom hun klacht doordat ze onverwachter uit de hoek kunnen komen. Ik keek voorzichtig over zijn schouder en ja hoor, een Bonusfolder, een lange kassabon en een volle kar. Een zestiger met een opvallend grauwe gelaatskleur en een dikke jas aan. Dat hij niet weet dat het hoogzomer is komt doordat hij alleen maar aan zijn formica keukentafeltje kortingsbonnen knipt en spaarzegels plakt.

‘Kan ik u helpen?’ vraagt de vriendelijke zaterdaghulp, beetje hockeyjongen, type arts-in-opleiding.

Die ouwe grauwe boft. Hij spreidt de Bonusfolder uit op de toonbank, legt de lange kassabon erop en een tablet chocolade ernaast. Zijn wijsvinger priemt op de kassabon. ‘Dit is niet de kortingsprijs.’
De dokter-in-wording onderzoekt de kassabon, de Bonusfolder en de chocolade. De ouwe grauwe en ik wachten op de uitslag, misschien is het ernstig. Ik zie dat hij zijn rug recht, klaar voor het gevecht.

‘Ik zie het al’, zegt de jongen. ‘Deze chocolade is niet in de aanbieding. Kijkt u maar, de verpakking ziet er iets anders uit en het gewicht klopt ook niet. Maar daar doen we niet moeilijk over hoor. Ik geef u het verschil terug.’ Hij laat de kassalade openspringen en drukt de verbouwereerde man tien eurocent in zijn hand. ‘Alstublieft.’

De ouwe grauwe wist niet dat het zo gemakkelijk ging. Ik ook niet. Opgefokt stopt hij het geld en de kassabon weg. Koortsachtig zoekt het overschot adrenaline een uitweg. Zijn oog valt op een foto in de Bonusfolder. ‘Hier’, briest hij. Weer die priemende vinger. ‘Hero jam. Altijd als er iets in de aanbieding is dan is het uitverkocht. Wil ik Hero jam uit de aanbieding, zijn bijna alle smaken op. Dat is met jullie al-tijd het-zel-luf-de!’

De dokter glimlacht geruststellend en sluit de kassalade. Volgende patiënt.