De columns van Caty

Lees even mee:

 


 

06 september 2021

'Waar is de gulle lach gebleven, dat vraag ik u af'

Als de vleermuis werkelijk de oorzaak is van COVID-19, dan heeft hij waarschijnlijk meer aangericht dan we tot nu toe denken. Maar ja, dat weet ik niet zeker.

We zijn een voorzichtig volkje geworden. En dan doel ik niet op de anderhalvemetermaatregel, maar in de omzichtige omgang met elkaar. Het zou kunnen dat die behoedzaamheid al gaande was voordat COVID-19 de wereld ging beheersen en heeft het de boel alleen maar meer op scherp gezet. Maar ja, dat weet ik niet zeker. Wat ik wel merk is dat veel mensen zich snel aangesproken voelen, (nog) langere tenen lijken te hebben en vaak denken dat ze onheus bejegend worden. Je moet enorm laveren om iedereen te vriend te houden. Dat is dan ook weer niet goed, want dan zijn er weer anderen die je een lafbek noemen omdat je geen duidelijk standpunt inneemt. Misschien kun je het beste maar poep hebben aan al die anderen. Maar ja, dat weet ik niet zeker.

Veel heeft volgens mij te maken met het toenemende gebrek aan humor, relativeringsvermogen en zelfspot. Ik heb het idee dat die corona-vleermuis er mee vandoor is gegaan. Veel mensen herkennen een grapje niet meer, gaan serieus in op ironie en willen bij gebrek aan voorstellingsvermogen voortdurend alles in ernst verklaren. Zowel voor zichzelf als voor de ander. In het Verenigd Koninkrijk zijn ze meesters in zelfspot. Die Britten hebben een enorm gevoel voor humor en kunnen relativeren als de beste. Althans, zo ken ik ze van vóór Brexit en COVID-19. Ik verwacht dat die vleermuis er bij hen geen vat op heeft gehad. Maar ja, dat weet ik niet zeker.

Een dag later plaatsten ze een brief van iemand die zei: hoe durft hij dat te zeggen

Jannetje Koelewijn had in NRC Handelsblad een mooi gesprek met amerikanist Alfons Lammers (81) over zijn nieuwe boek Het ergste moet nog komen en over zijn leven op dit moment. Het gesprek komt op een grapje dat Lammers ooit maakte. Koelewijn wijst hem er (ook schertsend) op dat je tegenwoordig moet uitkijken met grapjes. Lammers zegt daarop: 'Dat hebben we van de Amerikanen overgenomen. Amerikanen begrijpen níets van ironie. De Volkskrant publiceerde vorig jaar een ingezonden brief van me naar aanleiding van een woke discussie over vrouwenhaat in The Great Gatsby. Ik schreef: zullen we die bladzijden er dan maar uitscheuren? Een dag later plaatsten ze een brief van iemand die zei: hoe durft hij dat te zeggen, dat gebeurt alleen in dictaturen. O, lieve God, ze nemen me serieus. Ik bén serieus, maar je moet de dingen lichtvoetig brengen, vind ik'. En even verderop in het gesprek laat hij een foto van iemand zien en zegt: '... En ook nog zo’n leuke vrouw. Of mag ik dat niet meer zeggen?' Ik las het en moest er om lachen, hoewel het eigenlijk te gek is voor woorden. Lammers zal er door zijn levenswijsheid hopelijk wel boven staan. Maar ja, dat weet ik niet zeker.

'Waar is de gulle lach gebleven, meneer Sonneberg? Dat vraag ik u af', zei Wim Sonneveld bijna 50 jaar geleden. In een conference stelt hij de afwezigheid van de Amsterdamse humor aan de kaak. Maar die was natuurlijk helemaal niet afwezig. Ik hoop dus dat over 50 jaar mijn ongelijk zal blijken, mensen deze column herlezen en zeggen: 'De humor is nooit weggeweest. Die vleermuizen valt niets te verwijten. Die Kroon had het helemaal mis.' Over 50 jaar leven we in 2071. Dan zijn alle klimaatdoelen gehaald, hebben we genderneutrale excuses aangeboden voor al wat leefde, rijden we oplaadpalen-vrij, zijn alle standbeelden die een persoon voorstellen verboden en is de 68-jarige Greta Thunberg de leukste oma van de wereld. Maar ja, dat weet ik niet zeker.


23 mei 2020

Miss Marple

Kent u Miss Marple? Zij is een personage uit de boeken van Agatha Christie. De schrijfster is met ruim 3 miljard verkochte boeken in de wereld de best verkopende auteur aller tijden.

Het personage Miss Marple is een vrijgezelle dame die woont in het Engelse, ook al verzonnen, St. Mary Mead. Het lijkt of Miss Marple haar middagen in St. Mary Mead alleen maar doorbrengt met cream tea en scones, maar dat is de buitenkant. Want hoewel de oude dame niet vaak de deur uitkomt, ziet ze kans om ingewikkelde moorden op te lossen. Niet zelden doet de politie een beroep op haar vlijmscherp verstand. Vanuit het slaperige St. Mary Mead heeft Miss Marple een hoogontwikkelde blik op de wereld en een onvoorstelbaar grote mensenkennis.

Ik ken ook een Miss Marple en ze is 98 jaar oud. Mijn St. Mary Mead is de wijk Dubbeldam en mijn Miss Marple is wel ouder dan de Jane Marple van Christie, maar in scherpte en denkwijze doen ze niet voor elkaar onder. Toegegeven, een ander groot verschil is wel dat mijn Miss Marple geen moorden oplost. Maar verder: identiek!

Als die naam ergens niet thuishoorde was het wel in die kamer

De laatste keer dat ik in mijn St. Mary Mead was dronk ik bij Miss Marple thee uit een kopje van Engels porselein, zo dun dat je er de krant door kon lezen. En cake erbij, natuurlijk. We nipten van onze thee, de klok tikte en we zwegen. Nergens is het zo fijn te zwijgen als bij haar.

Miss Marple zet altijd haar kopje op het schoteltje als ze gaat praten, want dat hoort zo. Langzaam boog ze haar hoofd iets naar me over en zei: 'Die Donald Trump…'
Ik verslikte me. Als die naam ergens niet thuishoorde was het wel in die kamer en op dat moment. 'Die Donald Trump. Ik maak me zorgen. In 1939 was ik 18 jaar, dus ik weet het nog goed. Onze Europese buurman met dat snorretje kon het toen met Mussolini net zo goed vinden als deze Amerikaan met die Rus."
Ze reikte weer naar haar kop en schotel en herhaalde: 'Ik maak me zorgen.


17 april 2020

Achterkant

Reacties van lezers leveren een schat aan informatie op. Van mensen die op Facebook puntige opmerkingen plaatsen onder mijn artikelen kan ik echt genieten. Er stijgt dan een broeierige damp van verbondenheid uit mijn laptop: wij begrijpen elkaar.

Er zijn ook opmerkingen waar ik van in verwarring raak. Die commentaren lijken zich af te spelen in een ander universum. Schrijf ik onder een foto: 'dit is C&A op het Bagijnhof', dan kan iemand reageren met: 'dit is toch het oude pand van V&D?' Waarop iemand anders reageert met: 'volgens mij is het C&A, maar ik weet het niet zeker'. Een derde schrijft dan bits: 'ja C&A. Ik snap niet dat ze dat er niet gewoon onder zetten'.

Wordt de reactielijst heel lang, dan is er geheid iemand die vindt dat de patat van Bram niet te nassen is

Wordt de reactielijst heel lang, dan is er geheid iemand die vindt dat de patat van Bram niet te nassen is, alle buitenlanders eruit moeten, het oude postkantoor terug moeten komen en hondenpoep het grootste probleem is sinds het ontstaan der mensheid. Nu kan het zijn dat een belangrijk element in al deze boodschappen mij ontgaat en dat is humor.

Humor is soms moeilijk te begrijpen in geschreven tekst. Het is makkelijker het te ontdekken door in het echt naar iemands gezicht te kijken voor de juiste interpretatie. Humorvolle teksten zijn daarom lastig op de juiste waarde te schatten en bovendien kent humor veel gradaties. Humor kun je niet aanleren, je hebt het of je hebt het niet. Net als talent. Of empathie.

Zo schreef ik eens een kort artikeltje over een openbaar gebouw. Door werkzaamheden aan de voorkant van het pand was de hoofdingang niet bereikbaar. Bezoekers werd daarom verzocht gebruik te maken van de ingang aan de achterkant van het gebouw. Dat was alles. Iemand schreef onder de tekst: 'waar is de achterkant?'
Ik heb me lang afgevraagd of ik geen humor heb of dat het me ontbreekt aan empathie.


03 april 2020

Broodje leverworst

In hartje Amsterdam wachtte ik in een oer-Mokums café op mijn afspraak en genoot ondertussen van een kopje koffie en een broodje Amsterdamse leverworst. Een tafeltje verderop zat een echtpaar van wie de vrouw juist een lange monoloog had afgestoken tegen haar man die een murwe indruk maakte. Hij had onafgebroken naar de franje van het nep-Perzische tafelkleed gestaard. Het leek of hij haar niet had gehoord. Of misschien had hij haar wel gehoord, maar niet verstaan. De zware pineuten van deze wereld kunnen bij zichzelf een dergelijk mechanisme ontwikkelen. Zij was zo'n hippe zestiger met een kapsel van zelfgeroerde haarverf in een verkeerd gegokte kleur.
Ze was op me afgestapt en kwam naast mijn tafeltje staan. Ik keek op van mijn krant die ik niet las. 'Mevrouw, mag ik even wat vragen?' Haar stem klonk schril. Zonder mijn antwoord af te wachten, wees ze naar mijn bordje. 'Is dat broodje lekker?'

Ik hoopte dat ik niet overdreef, uiteindelijk ging het maar over een broodje leverworst

Haar vraag werd ook gehoord door de bardame, een mix van Tante Leen en koningin Juliana: vrouwen die wel doodgaan, maar niet sterven. Ik antwoordde haastig en bang dat het heerlijk was en hoopte dat ik niet overdreef, uiteindelijk ging het maar over een broodje leverworst.
Ze knikte, liep door naar de bardame en vroeg of de broodjes van de bakker kwamen. Bedaard antwoordde Tante Leen: 'Meffrauw, wat denk u selluf?'
Ze nam er eentje. 'Geen boter!' riep ze nog, maar haar woorden ketsten af op de Mokumse bloemetjesrug.
Even later stond de bestelling voor haar neus. Ze keek wantrouwig naar het bordje en vroeg: 'Is dit nou een kadetje?'
Tante Leen zette haar handen in haar zij, keek beurtelings van het broodje naar de vrouw, zuchtte diep en vroeg toen: 'Meffrauw, hoe stelt ú zich een kadetje voor?'
Haar man staarde nog steeds naar het tafelkleed, het mechanisme draaide op volle toeren.


20 maart 2020

Anderhalve meter? Dat maak ik zelf wel uit!

Geen handen schudden! Lacherig en schuchter geven we er uiteindelijk gehoor aan. Maar anderhalve meter afstand houden? Dat maak ik zelf wel uit! En de golfclub gesloten? Niet voor mij.

Domme Dordtenaren. Ze zijn er. Domme Nederlanders ook, overigens. En ja, domme mede-wereldburgers. We kunnen het gewoon niet. Binnenblijven niet, van elkaar afblijven niet, niesen in je elleboog niet, twee armlengten afstand houden niet.

O, het regent straks reacties van mensen die zeggen dat ze alle adviezen wél in acht nemen. Natuurlijk, zij zijn ook niet de mensen die in de supermarkt achterlangs even een blik bonen uit het schap pakken en zó dichtbij komen dat je hun lichaamswarmte voelt. Zij zijn ook niet de mensen die je op straat staande houden om met veel klappen op je schouder een het-is-me-toch-wat-gesprek te beginnen.

Nee, het zijn de Domme Dordtenaren. En weet je wat nou zo zuur is? De mensen die zich niet aan de regels houden zijn negen van de tien keer echt hele aardige mensen. Goedwillend ook. Mensen die je midden in de nacht wakker kunt maken en die je opgewekt naar de dokterspost rijden als jij je serieus niet goed voelt. Die jouw medicijnen ophalen als jij met een scheurende hoest in bed ligt.

Maar ja, op weg naar die dokterspost zit je wel opgepropt in een Hyundai te luisteren naar een met veel speeksel gepaard gaand verslag over de lockdown party van de avond ervoor. En als de goedwillende helper terugkomt van de apotheek met jouw pillen, gaat hij niet eerder weg dan wanneer hij in jouw keuken 'een bakkie' maakt om dat vervolgens luid slurpend op de rand van je bed te nuttigen. Wat ik zeg, negen van de tien keer hele aardige mensen. Ze denken er niet aan.

De golfclub dicht? Ik ben lid, dus dat geldt niet voor mij.

Er zijn er ook die zich verheven voelen boven iedere maatregel. De golfclub dicht? Ik ben lid, dus dat geldt niet voor mij. Het gebeurt, mensen. Het gebeurt. In een mail naar alle leden van het Dordtse Crayestein Golf, klonk de smeekbede van de gefrustreerde bedrijfsleider. Wat blijkt? Ondanks het duidelijke bericht dat de golfclub vanwege het coronavirus moest sluiten, vonden enkele leden dat dit kennelijk niet voor hen gold en liepen doodgemoedereerd een balletje weg te slaan.

Crayestein Golf had er alles aan gedaan om duidelijk te maken dat het complex gesloten moest zijn. Bij de poort staat een groot bord met Gesloten erop, de eerste teebox is afgezet met rood-wit-lint. Op hun website en via de sociale media hebben zij de sluiting duidelijk gecommuniceerd. En nóg waren er leden van de club die op de baan liepen alsof er niets aan de hand was. Het terrein is meer dan veertig hectare groot en dat kun je nu eenmaal niet hermetisch afsluiten.

De e-mail van de bedrijfsleider met het dringende verzoek om niet te komen, sloot dan ook af met de wanhopige woorden: Mochten wij u na vandaag toch in de baan aantreffen beschouwen wij dit als een blijk van minachting richting ons bedrijf en onze familie. Hij voegde er ook nog aan toe dat desnoods maatregelen overwogen worden, maar dat ze ervan uitgaan dat het zover niet hoeft te komen.

Wat is dat toch? Waarom kunnen we wel applaudiseren op een afgesproken tijdstip, maar niet in je eentje snel boodschappen doen en moet al je kroost mee? Waarom zijn we wel solidair in het sturen van kaartjes aan eenzame ouderen, maar gunnen we elkaar nog geen wc-rol?


15 maart 2020

Vriend ambieert een eenzaam huisje in Schotland

Dagelijks mail ik met een oud-collega met wie ik bij de krant heb gewerkt. Dat is bijzonder want hij is jaren jonger dan ik en had met gemak mijn zoon kunnen zijn. Vanaf het moment dat ik op de redactie ging werken (Vriend werkte er al langer) ontmoette ik in hem een zielsverwant. Tot op de dag van vandaag verbaast ons dat nog steeds. Hoe kan het, zo vroegen wij ons samen op de redactie vaak af, dat je over de ene collega geen kwaad woord kunt horen, terwijl bij de andere je nekharen al overeind gaan staan zodra hij binnenkomt. Geen idee wat dat is.

In het geval van Vriend weet ik wel dat wij eensgezind kunnen mopperen. Dat deden we toen en zijn we blijven doen, ook al zijn we geen collega's meer. Vriend en ik zijn de Waldorf en Statler van de Drechtsteden, de Van Rossems in het kwadraat. Ik kan het iedereen aanraden. Het lucht zó op. En er zijn onderwerpen te over: mensen die 'Olympische meddaljes' zeggen, snelle pakken die op maandagochtend in de kantoorlift melden dat ze 'weer gaan knallen', alles van Donald Trump, te dunne saus over je patatje pinda, het klimaat, overbevolking, Brexit, de tussen-n.

Een rotsige heuvel in Schotland waar dreigende wolkenluchten hangen en wezens met een hartslag schaars zijn 

En nu maak ik me zorgen want Vriend ambieert een eenzaam huisje op een rotsige heuvel in Schotland waar dreigende wolkenluchten hangen en wezens met een hartslag schaars zijn. Zou hij me volgend jaar nog begrijpen als ik hem mail over de nog steeds leegstaande V&D, Tefaldampen boven de Staart, fietsen op de Voorstraat, een kampioenschap voor FC Dordrecht? Daar wil ik hem dan over gaan mailen. Of appen. Tenminste, als zijn of mijn wifi er niet uitligt. Dat staat namelijk ook hoog op de mopperlijst.


28 februari 2020

Door-de-grond-zak-moment

Wie het ook weleens warm krijgt in ongemakkelijke situaties weet vast wat ik bedoel. Ik heb namelijk een indrukwekkende lijst door-de-grond-zak-momenten. Hier is er eentje.

Jaren geleden werd ik door boekhandel Vos & van der Leer gevraagd een uurtje te helpen in hun winkel. Het was lekker druk toen een vrouw voor de toonbank verscheen die vroeg: 'Ha Caty, ken je me nog?'
Dat is dus zo'n moment waarop ik het erg warm krijg. Lees gerust verder want het wordt nog erger.

Ik hoefde niet te raden, want de vrouw zei zelf al meteen wie ze was en toen wist ik het gelukkig weer. Ruim dertig jaar had ik haar niet gezien, en dat terwijl we destijds goede vriendinnen waren. Middenin de boekenwinkel was het over en weer een 'wat zie je er goed uit' en 'hoe lang is het nu geleden' van jewelste. Enfin, u kent dat wel.

Meteen zag ik dat hij aardig was, ik gaf hem drie zoenen

In slechts twee minuten plakte Oude Vriendin een gapend gat van dertig jaar vergeten vriendschap dicht met als apotheose haar nieuwe man die een eindje verderop een ansichtkaartenmolen ronddraaide.
Ik moest even klanten helpen en ondertussen ging Oude Vriendin bij de tijdschriften kijken. Toen het weer rustig was liep ik naar de kaartenmolen waar de nieuwe man van Oude Vriendin nog steeds stond. Ik stelde me voor. Meteen zag ik dat hij aardig was, ik gaf hem drie zoenen en zei dat ik blij was dat Oude Vriendin, die tenslotte geen gemakkelijk leven heeft gehad, nu zo gelukkig was met hem. Verlegen sloeg hij de ogen neer. Stralend kwam Oude Vriendin naar ons toe lopen met de nieuwe Libelle onder haar arm en zei: 'Meid, wat leuk! Is dit nou jóuw man?'


13 januari 2020

Facebook-loos

Vanmorgen had ik voor het eerst een Facebook-loze ochtend. Die is niet anders verlopen dan andere ochtenden, behalve dat Facebook mij onbedoeld een vrij uur cadeau gaf. De reden is dat mijn mobiele telefoon me met mijn neus op de feiten drukt door tot op de minuut te laten zien hoe het is gesteld met mijn schermtijd.

Toen ik de schokkende cijfers tot me door liet dringen, heb ik direct een paar social media accounts opgezegd want om als privépersoon dagelijks op al die platforms virtueel bij te kletsen gaat ten koste van mijn werk. Ik ben daar immers al de hele dag met social media bezig. Om privé alles bij te houden moet ik dagelijks zo'n acht accounts openen en daar zijn dan dus die accounts van mijn werkzaamheden niet bij opgeteld.

Is het zoveel moeite om iets aardigs terug te zeggen? Ja, dat is veel moeite

Ik voel een grote sociale druk want mijn Facebookvrienden zijn zonder uitzondering erg aardig. Het bereik is enorm: binnen een uur is mijn bericht talloze keren bekeken. U zal denken: is het dan zoveel moeite om iets aardigs terug te zeggen? Ja, dat is veel moeite. Er komen dagelijks meterslange berichten en foto's binnen van fantastische vakanties, zeer gelukkige mensen met geheven champageglazen, huilende waxinelichtjes, blije grootouders, weggelopen honden, ingezakte cakes en versgeboren baby's. Bij de eerste kerstbomengezelligheid van dit jaar dacht ik: genoeg. Vandaar dat ik zo af en toe een Facebook-loze ochtend wil inlassen. En als het bevalt, breid ik het misschien wel uit naar twee ochtenden.
Ik schiet schromelijk tekort in het reageren op de enorme hoeveelheid vrienden die iets op Facebook zetten en daar lig daar wakker van. Het enige jammere van zo'n Facebook-loze ochtend is dat ik niet onmiddellijk weet wat tante Jo vanavond gaat eten.


21 juni 2019

Bus

De laatste keer dat ik met het openbaar vervoer ging, lag er rails voor de paardentram in de Wijnstraat en zongen we 'Karretje op de zandweg reed'.

U begrijpt dat het voor mij dus enige tijd geleden is dat ik van de stadsbus gebruik maakte. Meestal spring ik op de fiets en ook kies ik wel voor de auto. Ja ik weet het: milieu blabla. Helaas ben ik, samen met veel anderen, duurzaam als het mij uitkomt.
Nu wilde het geval dat Manlief op reis moest. Met de auto. En daarvan hebben wij er, heel ouderwetsch, maar eentje. En ik moest naar De Merwelanden. Voor wie niet weet waar dat is, en die kans is niet ondenkbaar: de Merwelanden is ongeveer aan de rand van de Dordtse beschaving zoals wij die kennen.

De Bus is mijn rijdend Scheffersplein

Ik ging met de bus. U leest het goed: ik ging met de bus. Ik ga u nu dus veel te laat bekennen dat die bus werkelijk geweldig is. De Bus brengt mij vrijwel van deur tot deur. Oké, De Bus ziet Dubbeldam en de Essenhof als zendelingengebied, maar verder: top, die Bus en heerlijk dat passagiersgebabbel. De Bus is een terras. De Bus is mijn rijdend Scheffersplein.
Ik hoorde: 'Nou meid, ik ben er bijna. Ga je mee voor een bakkie?'
'Nee, stap jij maar uit.'
'Ga je niet mee, dan?'
'Nee, want de kat zit thuis te wachten. Ik heb een nieuw merk snoepies voor hem gekocht.'
'Nou en? Die kat ken toch wel effe wachte op z'n snoepies?'
'Nee, dat ken niet.'
'Waarom dan niet?'
'Ik heb het hem beloofd.'


02 mei 2019

Telefoon

Er komen zoveel nieuwe hebbedingetjes op de markt dat het voor een bekende van mij, laat ik hem Vriend noemen, niet meer bij te houden is. Hem overkwam een hilarisch gebeurtenis toen hij in de trein zat.

In de trein ontdekt Vriend dat een medepassagier in het bezit is van een telefoon die even klein is als het kleinste gehoorapparaatje. De man kan er handsfree mee bellen en je ziet geen snoertje of microfoontje. Helemaal niks. Dat piepkleine telefoontje, veilig genesteld in de oorschelp, is zelfs voldoende om op normale spreeksterkte een telefoongesprek te voeren.

Zonder dat hij het weet belandt hij in een klucht

Vriend weet totaal niet van het bestaan van dergelijke nieuwigheden af en zonder dat hij het weet belandt hij in een klucht die John Lanting ernstig had doen verbleken. Want wat gebeurt er. De trein raast al een half uur langs grazige weiden als de man tegenover Vriend plotseling met monotone stem zegt: 'Hallo.'
'Hallo,' antwoordt Vriend aarzelend en ook enigszins verbaasd want ze zitten al een poosje tegenover elkaar.
'Ik zit in de trein,' zegt de man.
Vriend antwoordt: 'Ja, dat weet ik. Ik zit immers ook in de trein.'
'Kun je wat harder praten,' vervolgt de man. 'Ik kan je bijna niet verstaan.'
Vriend schuift naar voren op de treinbank tot vlakbij het gezicht van de man en roept luid: 'IK ZIT IMMERS OOK…'
'Lieverd,' onderbreekt de man, 'ik bel je zo terug. Er zit een enorme gek tegenover me.'


26 april 2019

Saai

Ik weet het niet. De woorden 'duurzaam' en 'groen' associeer ik altijd met bebaarde mannen en vrouwen zonder humor die lange monologen afsteken over dit onderwerp. Toch ben ik een groot voorstander van 'duurzaam' en 'groen', maar duurzaamheid op particulier niveau doet mijn journalistenhart eerlijk gezegd nog steeds niet sneller kloppen.
Lang geleden, toen in 1997 het Kyoto-protocol werd opgesteld om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen werd het voor mij pas een beetje interessant toen er een weinig duurzame wrijving ontstond. Australië weigerde te tekenen, Rusland twijfelde en de VS kregen het thuis niet bekrachtigd.
Ik bedoel, er hangt wat mij betreft al snel een stoffig waasje om die goedbedoelde betere wereld. Je kunt echter nooit tégenstander zijn van een betere wereld en dat maakt dit onderwerp meestal een veilig punt op menige agenda.

Ik probeer erop te letten het licht uit te doen in ruimten waar niemand is

Dat het meehelpen aan een betere wereld mij onbewust toch een beetje vormt, merk ik aan dagelijkse handelingen die hopelijk voor iedereen gelden; als ik per ongeluk een papiertje laat vallen, dan raap ik het op. Ik probeer erop te letten het licht uit te doen in ruimten waar niemand is, afval te scheiden en vaker boodschappen te doen met streekproducten.
Tijdens het struinen door de boekenwinkel was ik verbaasd over de variatie aan boeken die duurzaamheid als onderwerp hebben. Of het nu een link heeft naar koken, bewustwording ervan bij kinderen of duurzaam ondernemen, er is in ieder genre wel een boek dat refereert aan onze maatschappelijke verplichtingen op dit gebied.
Eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik er nog wel steeds aan meehelp een vervuilend vliegtuig de lucht in te jagen die mij naar mijn vakantiebestemming brengt. Maar zelfs daar is al een boek over geschreven.


18 september 2018

Hokjesdenken in de Albert Heijn

Het gebeurt dagelijks in mijn hoofd, terwijl ik juist ruimdenkend wil zijn. De ene dag gaat het beter dan de andere. Afgelopen winter, toen het vroor en ik ’s morgens vaak hondsvroeg bij de redactie arriveerde, lag er dikwijls een zwerver te slapen naast het fietsenhok. Een paar keer ben ik naar boven gegaan om koffie voor ons te halen. We zaten dan op het bankje voor het kantoor en praatten. Niet lang, want hij moest zich tijdig met zijn slaapzak uit de voeten maken voordat de politie hem vond en zijn slaapplek zou ontekken. Ik vond me toen best goed bezig: hij in zijn hokje en ik in het mijne.

Jarenlang zat ik aan een bureaublok tegenover een Surinaamse collega die nog steeds een dierbare vriend is. We kibbelden over elkaars voorkeuren voor roti en rijstebrij. Over die vermeende gelijkheid zei iemand met een donkere huidskleur eens: ‘Iedereen moet zijn best doen, alleen wij een beetje meer.’

Hokjesdenken heb ik ook vaak in de supermarkt. Dikke kinderen heb ik in het hokje van die winkelwagen vol roomijs en pakketten gemarineerd barbecuevlees. De omarmer van de planeet heb ik in een ander hokje. Zijn boodschapjes passen in een klein winkelmandje en hebben zelden een vrolijke kleur.

Met een pak donuts in haar hand keek ze me aan

Gisteren zag ik een hevig deftige dame die ik ooit eens had geïnterviewd. Het supermarktdecor paste niet bij haar. ‘Goedemorgen mevrouw.’ ‘Ah, goedemorgen mevrouw.’
Bij de kassa stond ze voor me en legde haar boodschappen op de band: een sixpack bier, paprikachips, twee enorme flessen cola, een bak magnetronbami. Met een pak donuts in haar hand keek ze me aan. Ze hoefde zich natuurlijk niet te verantwoorden voor haar aankopen, maar misschien dat mijn gezicht haar daartoe noopte. Volgens mij stond namelijk m’n mond even open. Verontschuldigend knikte ze naar een diepvriesloempia zei geaffecteerd: ‘De buurman. Hij kan niet lopen. Jicht.’

 


07 mei 2018

7/8

Ik weet het niet hoor.
Kijk liever naar jezelf, zullen veel mensen zeggen.
Waar.

Ik geef toe, er zijn vast mensen die hun hoofd schudden als ze mij voorbij zien lopen en zich afvragen of er bij mij niemand thuis was op het moment dat ik de deur uit stapte om me te waarschuwen voor onsterfelijke belachelijkheid. Natuurlijk, een beetje zelfreflectie kan geen kwaad. Maar ondanks mijn tekortkomingen qua figuur en kleding wil ik toch even stilstaan bij de 7/8 broek. Die broek kent u ongetwijfeld want hij wordt massaal gedragen. Bij vrouwen vind ik die vrijwel nooit leuk staan. Toen ik op internet zocht naar een afbeelding die dit kon onderschrijven, kwam ik er tot mijn verbazing achter dat dergelijke afbeeldingen bijna niet te vinden zijn. De meeste 7/8-damesbroeken staan afgebeeld in modegidsen, zo ontdekte ik.

Broeken in vrolijke kleuren en met een goede pasvorm die worden gedragen door gedroomde fotomodellen. En hier zit de crux, hè dames. Dergelijke fotomodellen zie ik nooit op maandagmorgen over het Dordtse Bagijnhof lopen. Zelfs niet als de zon net zo zomers schijnt als op die foto in de catalogus. En zelfs als ik de hoofden en ranke tailles van die modellen weg denk en me alleen concentreer op hun benen, dan lijkt het dagelijks straatbeeld nog steeds niet op die zonnige foto’s op internet.

Wij zijn namelijk vrouwen zonder Photoshop

Wij zijn namelijk vrouwen zonder Photoshop. En dat zorgt ervoor dat de dagelijkse onderstellen die uit de 7/8-damesbroeken komen vaak te dun en stakerig zijn, te dik, te kort, te wit of te stoppelig van de haastige scheerbeurt.

Wat kan jou het schelen, zal een groot deel van de lezers denken.
Wat kan mij het schelen, denkt een ander deel van de lezers.
Waar.

Het geeft ook niks, het moet allemaal kunnen maar laten we onszelf dan nooit meer afvragen wat we mooi vinden. De dames 7/8 kunnen voluit wedijveren met de heren 7/8. Of zijn die toch een tikkie erger? Een man in een 7/8-broek met onderbenen als stokken, een man in een 7/8-broek met sokken en sandalen, een man in een 7/8-broek met witte sokken en sandalen.

Wat kan jou het schelen, zal een groot deel van de lezers denken.
Wat kan mij het schelen, denkt een ander deel van de lezers.
Waar.

Het geeft ook niks, het moet allemaal kunnen maar laten we onszelf dan nooit meer afvragen wat we mooi vinden.


20 oktober 2016

Lantaarns verlichtten Het Hof dickensiaans, alleen de sneeuw ontbrak

Vorige week rondde ik de cursus Historisch huizenonderzoek in Dordrecht af in Documentatie- en kenniscentrum Augustijnenhof. Sommige medecursisten wonen zelf in een historisch huis. Zij leerden hoe je met de teletijdmachine die Illustre Dordracum heet, eeuwen terug kon naar de eerste bewoner of zelfs het kale stuk grond dat maten kende als palm, duim, roede of bunder. (Ja, ja, ik heb opgelet)

Bevlogen cursusleider Jan Willem Boezeman loodste ons in vijf avonden door digitale archieven waarbij we gebruik maakten van prozaïsch opgestelde pc’s in een mooie ruimte vol oude sfeer terwijl buiten lantaarns brandden die Het Hof dickensiaans verlichtten.Alleen de sneeuw ontbrak.

Als vroeger iemand thuis overleed, kwam de notaris die bij de voordeur begon met de boedelbeschrijving

Zelf woon ik in een, ook tamelijk prozaïsch, appartementencomplex. Ik had de Spuiboulevard buiten de stadsmuur kunnen onderzoeken, maar ik was er om inspiratie op te doen voor het schrijven van een nieuw boek, fictie of non-fictie. Daarin werd ik niet teleurgesteld. Het leukst waren de ontdekkingen aan de hand van Boezemans eigen huis aan de Nieuwe Haven, dat nu te koop staat.

Als vroeger iemand thuis overleed, kwam de notaris die bij de voordeur begon met de boedelbeschrijving. Eeuwenoude boedellijsten voerden me door huizen. Familie en personeel gingen voor me leven. In de napoleontische tijd werd overal belasting over geheven, zelfs op het bezit van gepoederde pruiken. Als ik u nu vertel dat mijn echtgenoot kapper is, dan begrijpt u dat ik een boek voel opkomen.


20 oktober 2016

Gezellig, het hippe woord van nu

U en ik hebben een aantal gezamenlijke Dordtse oude bekenden die altijd vers zijn gebleven, iets wat ik van mezelf niet kan zeggen. Ook blijven zij hip, terwijl ik vaak hijgerig achter de feiten aan sjok. Die gezamenlijke oude bekenden zijn acht winkeliers die al jaren een speciaalzaak hebben in Dordrecht. Dat is in het huidige winkelklimaat al een bijzonderheid op zich. Als je dan nog steeds fris, vers en bij de tijd bent moet u met me eens zijn dat we onze oude bekenden vaker een bezoekje moeten brengen. Dat kan tegenwoordig heel gemakkelijk.

Producten van groentewinkel Bresser, slager Gelderblom, Kippie, Koelewijns vis, bakker Korteweg, bloemisterij ’t Kroontje, Cave Michel wijnhandel en Van Pelt delicatessen kun je namelijk ook online kopen en worden thuisgebracht tot op uw aanrecht.Is dat hip of niet?

Wacht even, niet weggaan want er is meer

Op www.drechtvers.nl kunt u naar hartenlust op bezoek gaan bij onze oude bekenden. Wacht even, niet weggaan want er is meer. De site van drechtvers.nl is al net zo hip. Ik mag daar een bijdrage aan leveren, want er komt een receptenpagina die ik ga vullen. We beginnen deze week op donderdag en dan komt er om de andere week op donderdag een lekker en supermakkelijk te maken recept met producten van onze fris-verse bekenden. Een gezellige tekst, gezellig recept en gezellige foto’s. Gezellig is het hippe woord van nu. Genieten ook. Maar dat komt later. Als het eten op tafel staat.


27 mei 2016

Afgunstig op Thomas Cooks op Dordts station

Als openbaarvervoer-kluns ben ik afgunstig op de ervaren Thomas Cooks die me op het Dordts centraal station met kwieke tred passeren of ik een hinderlijk obstakel ben. In de treincoupé blader ik zogenaamd nonchalant in een tijdschrift, maar ontdek al snel dat dit ‘uit’ is. Iedereen leest digitaal. Dom van mij. Meteen pak ik m’n iPhone want die heb ik ook, hoor mensen!

Dan gaat tegenover me een meisje zitten dat alles heeft wat mij smartelijk ontbeert: ze is jong, mooi en bovenal heel dun. Slechts tien centimeter neemt ze in beslag als ze gaat zitten. Uit ieder oor verdwijnt een wit draadje naar haar hippe lederen tas. Relaxed pakt ze er een laptop uit. Turend naar het scherm voelt ze weer in de tas en eet even later een broodje gezond.Gefascineerd kijk ik toe.

Zomaar zou een natte tomaatschijf van mijn broodje in de schoot van mijn buurman belanden

In haar plaats zou ik bang zijn dat ik plotseling meezing met de dopjes in mijn oren, of gewurgd wordt door die witte draadjes. Zomaar zou een natte tomaatschijf van mijn broodje in de schoot van mijn buurman belanden. Zo niet bij deze Dunnie die alles tegelijk kan.

De lederen tas rinkelt. Kalm scrollend, dopjes in haar oren, broodje in de hand, tast Dunnie naar haar telefoon. Elegant trekt ze aan één draadje waardoor het dopje speels uit haar oor plopt. Tegen de beller zegt ze:‘Leuk je te horen, ik zit toch te niksen in de trein.’


08 juli 2015

Lee Towers betrokken bij diefstal in Dordtse supermarkt

Dit najaar verschijnt een boek over agent Dirk-Jan Grootenboer dat ik mag schrijven. Het geeft een inkijkje in zijn werk als hoofdagent van politie. En dat alles in ons pittoreske Dordrecht. Naast blogteksten van Dirk-Jan staan er veel foto’s en interviews in. En mijn ervaringen vanuit de politieauto.

We razen over de Spuiboulevard om te assisteren bij een winkeldiefstal in een supermarkt. Voor het eerst van mijn leven zit ik in een dienstwagen. Vanaf de achterbank kan ik het gesprek tussen de collega’s voorin niet goed verstaan. Ik begrijp dat één winkeldief is gepakt, de andere drie zijn weggerend. En dat allemaal op het moment dat Lee Towers in de winkel was. Nieuwsgierig buig ik vanaf de achterbank naar voren. Lee Towers?

Zou Lee Towers een Bonusvoordeeltje erg letterlijk hebben genomen?

De agenten staan strak van de adrenaline en daarom vraag ik maar niet hoe het nou zit met Lee Towers. Ondertussen peins ik: zou Lee Towers een Bonusvoordeeltje erg letterlijk hebben genomen of zou hij juist slachtoffer zijn? Plotseling trapt Dirk-Jan op de rem. De collega springt uit de auto en gaat naar een agent die een winkeldief vasthoudt. Van de drie anderen geen spoor en daarom rijdt Dirk-Jan met met hoge snelheid verder. Ik wil nu toch weleens weten wat er aan de hand is, dus buig ik opnieuw naar voren en vraag: ‘Dirk-Jan, je zei toch Lee Towers?’ Hij zegt: ‘Klopt. Het zijn er vier. Vier Litouwers.’


27 december 2013

Mobiele oliebol

Waar zit je?’‘…’

‘Bonbons? Nee, ik hoef geen bonbons, alleen als je naar Breda gaat.’
‘…’

‘O, je gáát naar Breda? Ik dacht dat je vanmiddag naar Arie moest?’
‘…’

‘Griep? Haha, ik had hem net nog aan de lijn en toen had hij nergens last van, hoor.’
‘…’

‘Nee, ik ben nu in de Hema. Dus je gaat niet naar Arie? Misschien heeft hij er geen zin in dat je langskomt. Hij heeft me weleens verteld dat hij er altijd tegenop ziet als jij bij hem langskomt.’
‘…’

‘Ja, weet ik veel. Ik denk dat die man geen zin heeft in jou, dat kan toch gebeuren?’
‘…’

‘Oliebollen meenemen?’
‘…’

‘Nee, ik kom niet langs de oliebollenkraam. Ik ben niet thuis vanmiddag. Hé, ik ga hangen. Doei!’


05 december 2013

Ramsj

De grote schrik van een auteur is dat hij zichzelf in de ramsj ziet liggen. Daarom bekeek ik aanvankelijk met gemengde gevoelens een advertentie op Marktplaats. Hoewel je op Marktplaats ook nieuwe dingen kunt kopen, heeft de site toch vooral de sfeer van ‘gebruikt’ om zich heen hangen.

Ik ben niets meer dan die duizenden andere auteurs die gebruikt op Marktplaats liggen

Het was een rare gewaarwording toen ik voor het eerst zag dat iemand een boek van mij te koop aanbood op Marktplaats. Ik bedoel, ik ben niets meer dan die duizenden andere auteurs die gebruikt op Marktplaats liggen. Vorige week zag ik dat er zelfs al een spiksplinternieuw boekje van mij te koop wordt aangeboden, waar ik dus ook weer een beetje van schrok. De aanbieder schreef echter dat het ‘erg leuk’ was om mij te lezen, waardoor ik op slag milder gestemd was.

De verkoper die ik gisteren op Marktplaats tegenkwam biedt geen boek van mij aan, maar een boekenlegger van mijn boek. En dat vind ik dan weer erg leuk. Een kartonnen kaartje voor de liefhebber, de verzamelaar. En dat voor slechts 0,60 cent. Wie biedt?


21 mei 2013

Kaars

Het is vreselijk wat er is gebeurd met de broers Julian en Ruben. Natuurlijk is het verschrikkelijk. Afschuwelijk. En daarom hoop ik dat u mij goed begrijpt. Ik zit namelijk vaak te twitteren en ben een fervent bezoeker van Facebook. Daar deel ik van alles met de hele wereld. Ja inderdaad, het geeft ook mijn egootje een boost.

Er is een boel interessants te lezen op Twitter en Facebook, maar er wordt ook heel wat op gezanikt; Leuke foto van je bord aspergesoep! Dat zal lekker smaken! Geniet ervan! Enjoy! Heerlijk! Lekker hoor! Soms irriteert het me een beetje en dan vooral omdat het lezen van dit soort berichtjes veel tijd kost. Maar ik blijf ze toch lezen. Ik sta er een beetje dubbel in, zoals dat heet. Het is leuk maar ook tijdrovend. Aan de andere kant: als je écht iets te zeggen hebt, kun je in tijd van een paar uur enorm veel mensen bereiken. Een voordeel dat ik nog niet zo snel zie bij een ander medium.

Ik word er verlegen van, weet er niet goed raad mee

Waar ik ook een dubbel gevoel over heb zijn de massaal gedeelde foto’s van brandende kaarsen, al dan niet Photoshop-ingekleurde afbeeldingen van Julian en Ruben, de gebeden, de wensen voor de nabestaanden, kortom het enorme digitale verdriet. Ik word er verlegen van, weet er niet goed raad mee. En als dan ook nog iemand twittert dat hij uit respect een uur niet gaat twitteren, dan voel ik me schuldig als ik dat wel doe. Ik kan niet tegen zo’n indirecte terechtwijzing. Om nog maar te zwijgen over al die betweters die ingewijd menen te zijn over de toedracht, de schuldvraag en de wijzende vinger want die emmer met pek en veren staat niet voor niets klaar.

In korte tijd zag ik honderden tweets en posts voorbijkomen voor Julian en Ruben. Duizenden digitaal huilende mensen. Ontroostbaar zijn ze niet want na twee hartverscheurende berichtjes over de broers op Facebook zag ik dat een van mijn ‘vrienden’ een minuut later een Vind-ik-leuk gaf aan de pagina Romantische Diners. Ik vermoed dat hij zich verheugt op een etentje bij kaarslicht.


06 april 2013

Kakelen als en over kippen zonder kop

Als deze krant verschijnt wordt Het Referendum gehouden. Ik beken: geen idee waar het over gaat. Wie beweren dat wel te weten kakelen verdacht veel door elkaar. Je stemt over een handelsverdrag met de Oekraïne, kakelt de een. Welnee, dat geldt al sinds januari, kakelt de ander. Maak gebruik van je stemrecht, tokt iemand. Dit is geen stemmen, tokt iemand anders.

Stem ja anders hebben die nee-stemmers straks de meerderheid en dat wil je toch niet, vraagt een vriend. Of blijf thuis en gok op een te lage opkomst waardoor het referendum ongeldig is. Trouwens, dit is voor de Oekraïners een graadmeter of ze kunnen toetreden tot de EU. Iets wat veel Oekraïners niet eens willen, weet de vriend.

Vreselijk om iedere zes weken, verscheurd door twijfel, naar een stembus op een alp te klauteren

In Zwitserland is er zo’n acht keer per jaar een referendum. Vreselijk om iedere zes weken, verscheurd door twijfel, naar een stembus op een alp te klauteren. Het is idioot geregeld, zegt Maurice de Hond. Alleen nee-stemmers naar de stembus laten gaan is voldoende.

In de Oekraïne houden ze kippen in legbatterijen waarover men bij ons in de jaren 60 al schande sprak, hoor ik op de radio. En zowel de platgedrukte Oekraïense kip als haar ei wordt hier industrieel verwerkt in bijvoorbeeld mijn pizza. Meer gekakel, niet als maar over kippen zonder kop. En Pasen is nog geen twee weken geleden.


25 februari 2013

Aanbesteding

Vorige week kwam ik in de supermarkt een oude bekende tegen. Tussen de broodafdeling en de verpakte vleeswaren hielden we halt en omdat we zo blij waren dat we elkaar weer eens zagen, bleven we gewoon lekker een kwartier lang iedereen in de weg staan.
We vroegen naar elkaars werk en hoewel we allebei een volle boodschappenkar hadden, waren we blij dat we überhaupt nog werk hadden in deze tijd van crisis want o, o, als je om je heen keek dan was het toch bar en boos. Nou ja, ik hoef niet verder uit te wijden, u kent dit soort ontmoetingen wel.

Die oude bekende van mij is al jaren monteur van openbare verlichting en hij vertelde trots dat hij nog steeds bij hetzelfde bedrijf werkt, hoewel het er de laatste jaren wel vreemd aan toe gaat. Als rasechte Dordtenaar kon zijn werkgever hem midden in de nacht bellen met een storing aan een lantaarnpaal. Hij kon er rechtstreeks uit bed en met zijn ogen nog dicht naar toe rijden want hij wist feilloos welke lantaarnpaal den Dordtsche straat niet wilde beschijnen. De werkzaamheden gingen hem heel goed af totdat het begrip ‘aanbesteding’ zijn intrede deed.

Gewapend met de gereedschapskist ging hij langs des zondags Heeren wegen

Sinds zijn werkgever verplicht is mee te doen in ‘aanbestedingsronden’, ziet mijn oude bekende nog eens wat van de wereld. Zo ging vorige week zondagmiddag bij hem de telefoon en omdat hij wachtdienst had kreeg hij het verzoek een storing te verhelpen aan een defecte lantaarnpaal in Middelburg. Gewapend met de gereedschapskist ging hij langs des zondags Heeren wegen. Hij nam zijn vrouw ook mee en zo maakten ze er samen een gezellig uitje van.

Het was op de kop af 111 kilometer en anderhalf uur later arriveerde hij bij de defecte lantaarnpaal. Grondwerkers hadden de straat al opengebroken en de storing was binnen een paar minuten verholpen. Mijn oude bekende moppert niet. Akkefietjes op zondag betekenen een salaristoeslag van 200 procent. Ik heb gehoord dat als er in Dordrecht een lantaarnpaal defect is, bijvoorbeeld bij die oude bekende van mij om de hoek, er een bedrijf uit Arnhem komt voor de reparatie.Kijk, dát noem ik nou nog eens multi-inzetbaar.


27 januari 2013

Hetze

Vooral vrouwelijke Facebookvrienden maken vaak gebruik van een gezamenlijk sleutelwoord dat ze waarschijnlijk hun dagelijkse conversatie niet zo vaak bezigen. Dat sleutelwoord is: genieten. Ik kom het zelf vaak tegen bij mijn Facebookvrienden en dan vooral de -vriendinnen. En, eerlijk is eerlijk, ik gebruik het zelf ook in Facebookreacties. Genieten is universeel voor van alles. Iemand die bijvoorbeeld meldt dat ze even niet thuis is krijgt in minimaal vijf reacties het woord genieten toegewenst.

Ik laat de hond uit.

* Heerlijk! geniet ervan!
* Geniet!
* Genieten!
* Ik zit op kantoor, wou dat ik ook naar buiten kon. Geniet er maar van.
* Enjoy!
* Ben jaloers. Genieten hoor!

Ik eet een slagroompunt.

* Heerlijk! Geniet ervan!
* Geniet!

Facebook is leuk. Met Facebook werk je allemaal aan een virtuele ‘geniet-wereld’ en wil je niet alleen jezelf een goed gevoel bezorgen door gezellige berichtjes te posten maar wens je ook je Facebookvriend virtuele gezelligheid. Want wees nou eerlijk, er zijn immers niet zoveel ‘vrienden’ die op Facebook melden dat twijfelen of ze willen scheiden van hun vent of niet, spijt hebben dat ze aan kinderen zijn begonnen, vanmorgen ontdekten dat ze alweer aambeien hebben of niet weten hoe ze de rest van de maand rond moeten.

In de virtuele geniet-wereld is geen plaats voor narigheid of pijn. Alhoewel, een paar van mijn Facebookvrienden vertellen weleens over een ziekenhuisopname van henzelf of een familielid. En dan gebeurt er vaak iets waar ik zo van schrik, dat ik mijn ‘vriend’ even niet volg tot zijn narigheid voorbij is.

Het is verbazingwekkend hoe goed die mensen scheldwoorden kunnen spellen en hoeveel fouten er in de overige woorden zitten

Je ziet het ook op reactie-sites waar mensen zonder scrupules ‘leeglopen’ bij dingen die hen niet bevallen. En dat schijnt nogal wat te zijn. Soms lees ik met plaatsvervangende schaamte reacties van individuen die hele groepen mensen wegzetten en hen de maat nemen. Het is verbazingwekkend hoe goed die mensen scheldwoorden kunnen spellen en hoeveel fouten er in de overige woorden zitten. Maar dat zijn dan vaak nog reacties van onbekenden, meestal op het nieuws van de dag. Als iemand vindt dat alle Marokkanen moeten oprotten uit Nederland, dan schrijven ze dat gemakkelijker als Supermario52 dan als Piet van Driel, Dorpsweg 14 in Almelo.

Op Facebook bespeur ik ook vaak een tikje hetzevorming als iemand iets post dat niet met genieten te maken heeft. Bij wijze van meeleven worden de vrienden ook ‘boos van onmacht’ als de moeder van een vriend een open been heeft, een andere vriend een gezwel heeft waar hij niet van geniet of in het bezit is van een kind met griep. Ineens is reageren minder makkelijk. Het woord ‘sterkte’ steekt hier dan vaak de kop op maar vaker nog is er een superieur toontje te ontdekken. Een toontje waarbij het medeleven er wordt uitgeperst, en dan snel stiekem opgelucht doorklikken naar de volgende vriend die goddank wel geniet.

Mijn moeder heeft een open been.

* Sterkte
* Bij welke dokter is ze ?
* Sterkte
* In welk ziekenhuis ligt ze?
* Heeft ze weleens extract van de paarse cactus gebruikt. Homeopathisch. Geweldig.
* In ziekenhuis X. De dokter zegt dat er niets meer aan te doen is.
* Tien druppels slikken bij volle maan. En als dat niet helpt, de dosis verhogen naar 1 juslepel.
* Wat?!?! Dat moet je niet pikken! Vraag een second opinion!!!
* Ziekenhuis X is een rotziekenhuis. Mijn opa is er ook in doodgegaan. Ik zeg: opzouten met dat ziekenhuis.
* Weghalen die moeder daar. NU!
* Dokter Jansen Steur zeker, hahaha.
* Jaahaa, hahaha.
* Haha.
*


09 januari 2013

Wat voor zaak is Makro eigenlijk?

Als gemeenteambtenaar kon mijn vader vroeger weleens een pasje bemachtigen van de Makro. Hoewel ik als kind geen idee had wat de Makro precies was, vertrokken we, naar mijn idee altijd in licht opgewonden staat, met de auto naar Breda. Ik kan mij herinneren dat er maar twee personen werden toegelaten na een strenge blik op de Makropas, inschrijving van de Kamer van Koophandel en misschien ook nog wel een identiteitsbewijs. Het was ten tijde van de Koude Oorlog en je ging gemakkelijker vanuit de Sovjet-Unie de grens over naar China dan dat je in Breda de Makro betrad.

Na afloop van zo’n Makrobezoek mopperde mijn moeder omdat ze onvoldoende kastruimte voor de ‘treetjes’ met blikken ananas en afwasmiddel. Mijn vader vond zo’n zeldzaam bezoek aan de Makro leuker dan mijn moeder. Op de vraag aan mijn ouders wat Makro nu precies was, bleven ze vaag. Duidelijker dan ‘een soort winkel waar ze alles in het groot verkopen’ is het nooit geworden.

Jaren later was ik zelf gemeenteambtenaar en kon ook ik een Makropas lenen. Ook toen ging ik naar Breda en ook toen begreep ik niet goed wat voor soort zaak de Makro nu precies was. Of beter gezegd, voor wíe de Makro nu precies was. Het was in de jaren tachtig, ik was een eindje in de twintig en het Makro-restaurant was boven. Veel pashouders gingen dáár als eerste heen om er saté met friet te eten.

In mijn herinnering waren het veel dezelfde mensen: niet al te grote mannen met dikke buiken en horecahoofden. Ze droegen een leren jack dat op een markt in Spanje was gekocht, hun hoofd nog bruin van de zon en ze hadden vaak een zegelring aan hun ringvinger en nog een ring om de pink. De dikke buik werd veelal gevolgd door een vrouw op iets te hoge hakken, kapot geblondeerd haar en een jas met bontkraag.

Tijdens de saté en patat in de Makro was ik constant in de war. Ik vermoedde dat veel ondernemers die daar zaten te eten zelf een snackbar hadden. Maar afgaande op de patat die op de borden lag en er toch soepeltjes in ging bij de familie van Jacobse en Van Es, kon ik me niet voorstellen dat een echte horecaondernemer dit zelf lekker vond.

‘Wat moet dat met die emmer mayonaise in je kar, je hebt niet eens een snackbar'

Als je met je gekochte waar naar buiten wilde, werd je bij de uitgang staande gehouden door een medewerker die op barse toon je aankoopbon opeiste en de artikelen in de kar telde. Zowel het binnenkomen als het vertrek bij de Makro waren ongemakkelijke momenten. Ik was bang dat de Makro-man zou zeggen: ‘Wat moet dat met die emmer mayonaise in je kar, je hebt niet eens een snackbar. Wat heb je eigenlijk wél voor een onderneming? Wat? Ben je gemeenteambtenaar? Wegwezen, je mag hier niet eens komen. Dit is voor mensen die inkopen doen voor hun bedrijf en dat bedrijfsmatig weer gebruiken en verkopen. Particulieren die net doen alsof ze een bedrijf hebben, zijn hier niet welkom. En nou opzouten of bel ik de politie!’

Inmiddels is er een Makro-vestiging in Dordrecht, ben ik zelf een hele kleine ondernemer en heb ooit eens een pas gehad die ik volgens mij voorgoed aan een vriendin heb uitgeleend. Nu ben ik getrouwd met een man die eveneens ondernemer is, maar dan een veel grotere. Hij heeft ook een Makro-pas en een heel enkele keer komen wij dus weleens bij de Makro omdat hij daar dan iets van schoonmaakmiddel haalt en een paar grote dozen per stuk verpakte koekjes voor zijn klanten die een kopje koffie krijgen. Soms mag ik nog eens een aanbiedingsdoos waspoeder in die kar kiepen, maar wij houden zeer van onze kleine middenstand en kopen dus bij voorkeur in onze buurt en als het mogelijk is in ieder geval in onze stad.

Ik vind er wel veel veranderd bij de Makro. De keren dat ik bij de vestiging in Dordrecht ben geweest, stonden de toegangspoortjes wijd open. Niks controle bij binnenkomst. Er lopen veel oudere echtparen te winkelen zoals je in de supermarkt ziet met een enkel flesje, potje of tube die dan wel in een veel te grote winkelwagen ligt.

Makro is kennelijk van de grootverpakkingenfilosofie afgestapt want in de schappen is het plastic om de verpakkingen losgetrokken (door klanten?) en kun je gewoon één blikje ananas in je veel te grote winkelwagen leggen en één tubetje mayonaise in plaats van een emmer van tien liter. Voor mij is het alleen maar onduidelijker geworden.

Tegelijk met David Hasselhoff in de campagne van het Miljoenenspel, vraag ik me bij de klanten van Makro af: who are all these people? Zijn al die oudere echtparen met dat ene pak sinaasappelsap, potje jam en twee appelflappen (bij de uitgang) nu oud-ondernemers die nog steeds staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en dus nog steeds een pas hebben? Of lenen ze de pas van hun kinderen waar ze hun bedrijf aan hebben overgedragen? En al gezinnen die een dekbed, digitale camera en diepvriesvlaai kopen, zijn dat ondernemers?

En dan nog een vraag: was het nou van oorsprong de bedoeling dat de ondernemer de gekochte waar weer doorverkocht in zijn eigen zaak? Zo’n zak meel van 25 kilo, die er vandaag de dag nog te koop is, daarvan zal het toch wel de bedoeling zijn dat een eetgelegenheid iets gaat bakken en verkopen? Als het de bedoeling is dat Makro meer en meer een ‘gewone’ winkel wordt waar de enige restrictie een inschrijving van de Kamer van Koophandel is, dan zouden all these people toch als eersten moeten weten hoe enorm zij de winkel in hun buurt benadelen door al die particuliere aankopen te doen bij de groothandel?

Ik roep niet op om de Makro te boycotten maar ik hoop dat alle kopers die met hun auto naar het industrieterrein rijden om een doosje bonbons te kopen of een pak koffie, zich realiseren dat er kleine ondernemers zijn die veel geld moeten betalen voor de vierkante meters van hun gehuurde winkeltje en iedere dag weer hun best doen om all these people van dienst te zijn.


29 december 2012

Op de schaal van alle wereldleed

Stel je voor dat je ooit een gevierd kampioen oliebollenbakker was. Van heinde en verre kwamen de mensen voor jouw oliebollen want dat waren de beste in de wijde, wijde omtrek. Warm en knapperig, bereid uit de beste grondstoffen, goudgeel gebakken en bovenal helemaal niet vet. Dus ga je, misschien vaker dan anders, zo’n zak van die goudgele prijsballen halen. Want ze zijn inderdaad heel lekker. Lekkerder dan je eigen baksels of die uit de familiekring en lekkerder ook dan de bollen van menig vooraanstaand banketbakker.

In de kraam van de prijswinnende bollenbakker werkt staat op een doordeweekse ochtend meer personeel dan er op de hele Voorstraat aan winkelend publiek loopt. Altijd zijn er klanten, klein en groot. En ieder jaar als hij zijn kampement begint op te bouwen op de Spuiboulevard, gonst het door de stad: ‘Hij is er weer’ en ‘heb jij ze al op?’

De kampioen kocht een nóg grotere kraam en breidde zijn assortiment uit want veel mensen prezen ook zijn appelflappen, beignets en slagroomhoorns. En zo stond je op een dag voor een toonbank die een grotere afmeting had dan je in menig bakkerswinkel kan vinden. Sterker, ik vermoed dat er in Dordrecht nog maar weinig winkels zijn met van die lange toonbanken. Dat hebben wij Dordtenaren toch maar, zo’n enorme openluchtwinkel aan de Spuiboulevard.

En de bollenbakker blijkt ook met zijn tijd mee te gaan

Zoals het een goed ondernemer betaamt probeert hij scherp te zijn, het succes hoog te houden en dus past hij de receptuur aan om almaar beter te worden. En misschien sloop juist daar de fout in. Want is het niet zo dat goed goed is? Het zou ook kunnen zijn dat de bollenkampioen, opgejaagd door successen van concurrenten elders in het land, een beetje uit de bollenbocht vliegt. Want wat is er gebeurd. Dit jaar kwamen de oliebollenkeurmeesters van het AD opnieuw de proef op de som nemen en eindigde onze eigen oliebollenkampioen op een treurige plaats 109. En als je weet dat er 131 plaatsen zijn dan is dat heel, heel laag.

Ron staat bekend als toppertje in de branche. Besloot dit jaar anders te gaan werken. Dat pakt niet goed uit. Te sterke kaneelsmaak. Weinig lovende woorden van het panel. Als je het oordeel gaat ontleden, wat gelijk staat aan het tellen van de rozijnen in een goed gevulde bol, dan lees je dat de kaneelsmaak te sterk was. Kennelijk is dat een reden om iemand naar de onderste regionen te laten donderen.

Wij gaan onze oliebollenvriend een bosje bloemen brengen om hem te troosten en maken hem duidelijk dat op de schaal van alle wereldleed eindigen op de honderdnegende plaats in een oliebollentest helemaal niets voorstelt. We vertellen er ook bij dat hij als oliebollenbakker kracht kan putten uit dat eeuwenoude spreekwoord, te vinden in de Bijbel en om precies te zijn Mattheüs 19, vers 30. En dan ga ik nu koffie zetten en neem er zo’n hemelse bol bij.


12 december 2012

Beleving

Het huis-aan-huisblad Style2be verschijnt tien keer per jaar in een oplage van 120.000 exemplaren in Drechtsteden. Namens boekhandel Vos & van der Leer doe ik verslag vanuit de boekhandel. In Nederland bestaat een raar misverstand. Het volgende is aan de hand: veel mensen kopen via internet. Dat vinden ze makkelijk. Je kiest vanuit je luie stoel en laat met één muisklik alles thuisbezorgen.

Slimmeriken gaan eerst schoenen passen in de winkel, kijken of die jas net zo mooi is als op hun beeldscherm en bladeren in het boek voordat ze daarna thuis op ‘In het winkelmandje’ klikken. Diezelfde slimmeriken roepen luid dat winkelcentra aan het verpauperen zijn met al die lege winkels. ’s Zaterdags door de stad wandelen is lang zo leuk niet meer als vroeger. Gek hè?

Het leek erop dat kopen via internet ook voor de boekenbranche een gevaar werd. Om nog maar te zwijgen over boeken lezen met een e-reader. Ik kan niet ontkennen dat de verkoop van boeken sinds 2009 zo’n vijftien procent is gedaald. Toch houdt de boekhandel nog meerdere vingers in de procentenpap.

Het GFK berekende dat dit jaar 25% van de boeken is gekocht op internet, 3% voor de e-reader en nog altijd 72% aan boeken fysiek over de toonbank is gegaan.

Genoeg over procenten. Tijd voor actie. Want de boekhandel van waaruit ik verslag doe gaat mee met het begrip ‘beleving’.

Gebleken is namelijk, uit weer een ander onderzoek, dat mensen nog wél achter het beeldscherm zijn weg te rukken voor beleving zoals de geur in een koffiewinkel, het proeverijtje op de delicatessenmarkt of het bijzondere cadeautje uit die speciaalzaak. En dat is nu precies wat veel sint- en kerstkopers gelukkig wel doen aan het einde van het jaar: gewoon naar de winkel gaan en daar je inkopen doen. Wel zo leuk.En de beleving bij de boekhandel? O, kom er eens kijken, ze hebben meer dan boeken.


10 december 2012

Bonus

De enige plek waar je de mensch in onverholen toestand kunt aantreffen is voor de servicebalie van Albert Heijn. Ik hou me er graag op in de buurt van de servicebalie bij Albert Heijn en heb respect voor de blauwgeschorte brigade achter de toonbank die zich in verschillende gradaties van succes naar sluitingstijd sleept. Gefascineerd loer ik naar rimpels tussen wenkbrauwen van ongeduldig wachtende klanten, klaar om gif dan wel gal te spuwen als ze aan de beurt zijn. Ik heb er een sport van gemaakt te raden welke klachten er schuilgaan achter die bonte rij wachtenden met verbeten monden, tot strepen getrokken lippen, woedende toetsenindrukkers van mobiele telefoons en naar de hemel gekeerde ogen in.

Maar bij Albert Heijn in het Achterom kom ik niet aan mijn gerief. In die winkel, waar het op zaterdagmiddag lijkt zoals ik me het voorportaal van de hel voorstel, is de servicebalie een ongeschikte draalplek. Op de winkelvloer heb je al het gevoel bij werkelijk iedereen in de weg te lopen, laat staan bij de servicebalie. Nee, dralen lukt het beste in die fijne en ruime Albert Heijn aan de Maasplaza.

Wat is er in die winkel een heerlijk grote plaza voor de servicebalie ingeruimd, menschen. Komt en beklaagt uzelve en ik zal luisteren wie u bent!

Ongestoord kan ik er dralen bij het krantenrek, in de buurt van de plantjes en bloemen. En mits de mopperaars een beetje een keel van betekenis opzetten, wat vele doen, kan ik ongestoord genieten. Het enige dat mij dwingt de winkel te verlaten is het roomijs dat in mijn tas begint te smelten of de runderlap die ik toch echt moet gaan braden om te voorkomen dat het vanavond vermomd als schoenleer op tafel komt.

De donderwolkgezichten met een Bonusfolder en een lange kassabon in de hand zijn mijn favoriet. Die zijn erg. De donderwolk kent niet alleen alle prijzen uit zijn hoofd, hij weet ook van iedere barcode de bijbehorende cijfers en alle ten-minste-houdbaar-totdatums. De donderwolk maak je niets wijs. De donderwolk koopt niet bij Albert Heijn, hij ís Albert Heijn.

Zaterdag was een geluksdag. Ik schoof met een bosje bloemen aan in een klein rijtje voor de servicebalie. Hij stond voor me. Vrouwen kunnen erg zijn, maar mannen maken soms meer show rondom hun klacht. Ik keek voorzichtig over zijn schouder en ja hoor, een Bonusfolder, een lange kassabon en een volle kar. Hij was een zestiger met een opvallend grauwe gelaatskleur en een dikke jas aan. Dat hij niet weet dat het hoogzomer is komt waarschijnlijk doordat hij alleen maar aan zijn formica keukentafeltje kortingsbonnen knipt en spaarzegels plakt.

'Kan ik u helpen?' vraagt de vriendelijke zaterdaghulp, beetje hockeyjongen, type arts-in-opleiding. Die ouwe grauwe boft. Hij spreidt de Bonusfolder uit op de toonbank, legt de lange kassabon erop en een tablet chocolade ernaast. Zijn wijsvinger priemt op de kassabon. ‘Dit is niet de kortingsprijs.’
De dokter-in-wording onderzoekt de kassabon, de Bonusfolder en de chocolade. De ouwe grauwe en ik wachten op de uitslag, misschien is het ernstig. Ik zie dat hij zijn rug recht, klaar voor het gevecht.

‘Ik zie het al’, zegt de jongen. ‘Deze chocolade is niet in de aanbieding. Kijkt u maar, de verpakking ziet er iets anders uit en het gewicht klopt ook niet. Maar daar doen we niet moeilijk over hoor. Ik geef u het verschil terug.’ Hij laat de kassalade openspringen en drukt de verbouwereerde man tien eurocent in zijn hand. ‘Alstublieft.’

De ouwe grauwe wist niet dat het zo gemakkelijk ging. Ik ook niet. Opgefokt stopt hij het geld en de kassabon weg. Koortsachtig zoekt het overschot aan adrenaline zich een uitweg. Zijn oog valt op een foto in de Bonusfolder. ‘Hier’, briest hij. Weer die priemende vinger. ‘Hero jam. Altijd als er iets in de aanbieding is, dan is het uitverkocht. Wil ik Hero jam uit de aanbieding, zijn bijna alle smaken op. Dat is met jullie al-tijd het-zel-luf-de!' De dokter glimlacht geruststellend en sluit de kassalade. Volgende patiënt.