Weekendkokkie met Caty

Smul even mee:

 


 

16 oktober 2021

Zelf je ultieme krentenbrood bakken

Wij lusten het wel iedere dag: een sneetje rozijnen-krentenbrood. Bij het ontbijt, bij de koffie of een sneetje tussendoor met een lik roomboter. Weekendkokkie heeft stap-voor-stap een keigoed recept ontwikkeld. Schort voor en gaan!

Je eigengebakken rozijnen-krentenbrood

Een waarschuwing vooraf: heb je eenmaal een sneetje van je eigengebakken rozijnen-krentenbrood op, dan wil je nooit meer anders. Onderstaand recept is eenvoudig te maken, maar heeft Weekendkokkie wel veel oefening gekost. Dat is alleen maar fijn, want al die mislukkingen hebben wij dus voor onze rekening genomen. We leggen graag uit waarom het wijs is om bepaalde dingen te doen of juist te laten.

De tekst gaat onder de foto verder.

Rozijnen (l) worden gemaakt van grote druivensoorten. Krenten (r) worden gedroogd van hele kleine blauwe druiven. Hoe donkerder de kleur des te zoeter is de krent.

Over krenten en rozijnen

Veel mensen lusten wel rozijnen, maar zijn niet dol op krenten omdat ze die te hard vinden. Zou je een brood bakken met alleen maar rozijnen, dan moet je er minder van in je brood doen. Rozijnen zijn namelijk zacht en grote hoeveelheden ervan in je brood maken het te papperig. Krenten zijn kleiner en steviger en een fifty-fifty hoeveelheid rozijnen en krenten levert een prima resultaat op. Dat 'harde' van de krenten raak je kwijt door ze winddroog te maken. Dat leggen we straks uit.

De tekst gaat onder de foto verder.

 Als je nog niet zo'n ervaren krentenbrodenbakker bent, kies dan een broodbakblik dat lekker breed is.

Over je bakblik

Een krentenbrood is door de rozijnen en krenten zwaar in gewicht. Bak je als beginneling een krentenbrood in een gewoon formaat (smal) broodblik, dan heb je kans dat je brood aan de lange zijde gaat scheuren als je het na het bakken uit het blik haalt om af te koelen. Het nog warme en zachte brood kan dan door zijn eigen gewicht inzakken. Beter is om een bakblik je kiezen dat wijder is waardoor het brood niet zo hoog rijst en je dus grotere, bredere boterhammen krijgt.

De tekst gaat onder de foto verder.

Vruchtenbroodpoeder geeft een heerlijke smaak aan je krentenbrood.

Dit heb je nodig voor een krentenbrood

500 gram rozijnenbroodmix of krentenbroodmix
50 gram geel vruchtenbroodpoeder
15 gram instant gist
1 zakje vanillesuiker
175 gram koud (maar niet ijskoud) water
175 gram koude (maar geen ijskoude) melk
175 gram krenten (winddroog)
175 gram rozijnen (winddroog)
40 gram ongezouten zachte roomboter

scheutje zonnebloemolie
1 losgeklopt ei met een snuf zout (om te bestrijken)

en verder

1 breed (brood)bakblik van ongeveer 2750 ml
deegkrabber of pannenlikker
bakpapier
kwast om in te vetten
plastic vershoudfolie
keukenmachine met deeghaak of handmixer met deeghaken
rooster om brood op te laten afkoelen

Over de ingrediënten

Je kunt natuurlijk een krentenbrood bakken van gewone (patent)bloem, maar dan krijg je eigenlijk een witbrood met rozijnen en we willen juist dat krentenbrood-achtige. Rozijnenbroodmix is alvast een stukje op smaak gebracht en bevat ook rijsmiddel wat je brood minder compact maakt. Ook het vruchtenbroodpoeder heeft enzymen die het brood luchtiger maken en dat bovendien zorgt voor die echte krentenbroodsmaak.
Rozijnenbroodmix en vruchtenbroodpoeder kun je bijvoorbeeld kopen in een molenwinkel. Goed gesorteerde supermarkten verkopen het ook.

Daar gaan we

Een dag van tevoren gaan we eerst de krenten en rozijnen bakklaar maken: Doe de rozijnen en de krenten in een kom en giet er lauw water op tot ze helemaal onder staan. Laat ze 10 minuten wellen en doe ze dan in een vergiet. Laat je vergiet met de rozijnen en de krenten erin 24 uur drogen. Zet het vergiet gewoon op het aanrecht of elders in je keuken, zo maak je ze winddroog.

De dag erna

Doe de rozijnenbroodmix, vruchtenbroodpoeder, gist en vanillesuiker in een deegkom. Doe er de melk en het water bij en kneed op de laagste stand op je gemak een deeg in 10 minuten tijd. Voeg na 6 minuten kneden de zachte roomboter toe en mix het in 2 minuten tijd door het deeg. Voeg dan de krenten en rozijnen toe en kneed ze erdoor, nog steeds op de laagste stand tot je de 10 minuten vol hebt. De rozijnen en krenten niet langer dan 3 minuten erdoor mixen anders gaan ze teveel stuk.
Schraap zonodig het deeg van de kneedhaak met een krabber of pannenlikker, maar raak verder niet aan met je handen. Sluit de deegkom direct af met een stuk plasticfolie en laat de kom op een warme plek 70 minuten staan bij de kachel of in de warme keuken. (Weekendkokkie gebruikt altijd een omgedraaide plastic opbergdoos als rijskast met daarin een schaaltje heet water)

De tekst gaat onder de foto verder.

Zet een plastic box (zonder deksel) als een huisje over je deeg, desnoods met een kommetje kokend water ernaast en je hebt een simpele en goedkope rijskast.

Na 45 minuten

Als je deeg na 45 minuten nog niet erg gerezen is (of misschien helemaal niet) zet er dan een nieuw schaaltje of kannetje kokend water pal naast. Laat het hete kannetje desnoods contact maken met de deegkom door ze tegen elkaar aan te zetten.

Vet ondertussen het bakblik in met zonnebloemolie. Knip een vel bakpapier op maat en bekleed de lange kant van je bakblik met bakpapier. Knip eventuele lange flappen kort want anders blijven die straks aan de bovenkant van je brood plakken en dan kleurt het niet mooi donker.

Na 70 minuten

Kluts een ei in een kopje met een snuf zout.
Druppel wat zonnebloemolie op je aanrecht en smeer het met beide handen uit. Smeer ook je deegkrabber of pannenlikker dun in met olie. Zet de broodvorm alvast naast je klaar.
Haal het deeg met de deegkrabber of pannenlikker uit de kom en leg het op je ingevette stukje aanrecht.

Druk met twee vuisten de lucht uit het deeg. Bonk niet te hard want dan plet je de rozijnen en dat moet niet. Haal de deeglap met twee handen van het aanrecht en laat hem weer vallen en bonk dan weer voorzichtig. Probeer het deeg ondertussen tot een rechthoek te vormen die ongeveer de lengte heeft van je bakblik.

De tekst gaat onder de foto verder.

 Hou je bakblik bij de hand zodat je weet hoe breed je deegstuk ongeveer moet zijn.

Blijf niet eindeloos met het deeg aan het kneden en knijpen. Twee keer niet al te hard met je vuisten erover is voldoende en 1 of 2 keer het deeg van het aanrecht lichten en het tot een ietwat rechthoekige lap vormen is ook voldoende. Dit duurt allemaal hooguit een minuutje of zo.
Pak de bovenkant van het deeg en vouw de flap terug tot iets minder dan de helft. Pak nu de onderkant van het deeg en vouw dit helemaal tot over de bovenkant.
Pak het deegstuk op en vorm het tussen je handen tot je een rechthoek hebt met de naad van onderen en laat het op je bakpapier zakken in je bakblik.
Smeer de bovenkant van het deeg in met het losgeklopte eigeel.

Nu moet het deeg in het bakblik opnieuw rijzen, deze keer 70 minuten en weer op een warme plaats. Na ongeveer 45 minuten moet het deeg behoorlijk gerezen zijn. Zo niet, zorg dan weer voor een warmere omgeving zoals een schaal of kannetje heet water in de nabijheid.

Verwarm ondertussen de oven tot 160-165 graden. Dat komt nogal nauw. Je weet zelf wel of je een oven hebt die 'snel' is of 'lui'. Brood kan heel gemakkelijk verbranden, dus liever iets lagere temperatuur dan een te hoge.
Schuif het bakblik op het rooster in het midden van de oven en laat het 40-45 minuten bakken.
Kijk na ongeveer 35 minuten even snel hoe de kleur zich ontwikkelt. Als je oven een ongelijke hitteverdeling heeft, is het misschien nodig het bakblik te draaien. Doe dat dan snel en maak vlug de ovendeur weer dicht.

Haal het krentenbrood met je ovenwanten aan uit de oven en draai het bakblik direct boven het afkoelrooster om. Laat het brood op het rooster glijden en verwijder direct het bakpapier. Laat het brood helemaal afkoelen. Dat duurt echt wel een paar uur want de rozijnen zorgen dat het brood lang warm blijft. Als je warm krentenbrood gaat snijden, trek je er gaten in. Dus beheers je en laat het helemaal afkoelen.
Maar als dan eindelijk het moment is aangebroken, dan weet Weekendkokkie uit ervaring dat er geen houden meer aan is. Eet smakelijk!


02 oktober 2021

Met deze granola staat de zomer (nog) op je ontbijtafel

Wat een fijne manier de dag te starten. Begin eens met een schaaltje yoghurt en zelfgemaakte granola. Deze variatie met zomerse smaken als ananas en kersen is heerlijk. Trouwens, granola doet het ook goed als strooisel op toetjes en taarten. Vang de zomer in een pot en dat doe je zo.

Dit heb je nodig voor krokante granola

100 gram havervlokken en 125 gram havermout volkoren
200-225 gram ongebrande notenmix zoals hazelnoten, pecannoten, walnoten, cashewnoten enz. Eventueel alles gekneusd tot kleine stukjes met een enkele hele noot er nog in.

100 gram gedroogde ananasstukjes
50 gram gedroogde kersen
1 flinke hand gedroogde bananenschijfjes
50 gram rozijnen (gewassen en gedroogd)

4 eetlepels agavesiroop, 3 eetlepels honing en 1 eetlepel gewone huishoudstroop

1 zakje vanillesuiker
flinke snuf zout
30 gram roomboter
1 zakje vanillesuiker
1 eiwit van een groot ei

citroensap uit een flesje

Bakpapier

Daar gaan we

* Verwarm de oven voor op 130 graden.
* Bekleed de bakplaat met bakpapier.
* Was de rozijnen en laat ze drogen op keukenpapier.
* Doe een eetlepel citroensap in de schone kom van de mixer en veeg met een propje keukenpapier het citroensap langs de wanden van de kom droog. Haal de vochtige citroensapprop ook langs de kloppers van de mixer. Nu is alles vetvrij.
* Splits het ei en doe het eiwit in je vetvrije kom.
* Mix met de mixer het eiwit helemaal tot stijve pieken.
* Doe in een andere grote kom de havermout, alle noten en het zakje vanillesuiker. Schep met een houten lepel goed door elkaar.

De tekst gaat onder de foto verder.

* Smelt de roomboter in een pannetje, maar het mag niet bruin worden. Zodra de roomboter is gesmolten doe je de agavesiroop erbij. Roer even door en doe er nu ook de snuf zout bij.
* Laat een minuutje pruttelen en doe er nu de honing en de keukenstroop bij. Laat twee minuten op hoog vuur borrelend koken.
* Giet het kokende mengsel bij het havermout-notelmengsel en schep met de houten lepel goed door elkaar tot alles is bevochtigd met het boter-siroopmengsel.
* Schep nu het eiwit door het havermoutmengsel en blijf door elkaar scheppen met de houten lepel tot je geen eiwit meer ziet en alles goed gemengd is.

De tekst gaat onder de afbeelding verder.

* Verdeel de granola over de met bakpapier beklede bakplaat in zo groot mogelijke plak die zoveel mogelijk overal even dik is. Druk de laag niet teveel aan, maar verdeel alles egaal met de zijkant van een eetlepel.

* Bak de granola zo'n 20 minuten in het midden van de oven. Draai na 20 minuten de bakplaat om zodat de voorkant nu de achterkant is en kijk meteen of de bovenlaag niet te donker wordt. Temper anders de temperatuur. Bak nogmaals 10-20 minuten tot de bovenlaag mooi donkergoudbruin is.
* Haal de bakplaat uit de oven en laat het in een aantal uren volledig afkoelen zonder er verder aan te komen.
* Als het helemaal koud is kun je de granola in kleine brokjes breken boven een grote kom. Doe de rozijnen, kersen, ananas en bananen erdoor. (Vind je de bananenschijfjes te groot, dan kun je zo ook kleiner breken)

De tekst gaat onder de afbeelding verder.

In een goed gesorteerde winkel kun je kiezen uit gedroogd fruit. Wij deden de inkopen voor dit recept bij Gewoon Super op de Blekersdijk in Dordrecht.

* Als alles goed is gemengd, kun je de granola bewaren in goed afsluitbare potten. Het blijft zeker een paar weken goed.


25 september 2021

Pasta met tomatensaus en ansjovis gehaktballetjes

Het leuke van recepten uitwisselen is dat andere kokkies soms ingrediënten gebruiken die je zelf niet zo snel zou kiezen. Neem nou het recept van Ruud Besems. Hij plaatste op zijn site een makkelijk te maken pasta met tomatensaus en ansjovis gehaktballetjes.

Ik eet vaak pasta met allerlei verschillende sauzen, ook met gehaktballetjes. Maar met ansjovis erin had ik ze nooit gegeten. Ansjovis koop ik sowieso niet vaak. Gek eigenlijk, want ik ben dol op zoutige smaken. Daarom deel ik het recept van Ruud graag, want het is superlekker en weer eens wat anders.

De tekst gaat onder de foto verder.

Dit heb je nodig voor 4 personen

Voor de gehaktballetjes

500 gram gehakt half om half
1 ui
1 potje ansjovis
zout en peper naar smaak
2 eetlepels olijfolie
1 geklutst ei

Voor de saus

400 gr pasta
3 eetlepels olijfolie + 1 theelepel olijfolie extra
2 uien
1 teentje knoflook
1 blik tomaten of een tomaten basissaus (400 gram)
1 pot gegrilde paprika’s (290 gram)
oregano, basilicum en tijm
500 gram cherry- of romatomaatjes + extra voor decoratie
peper en zout

Klik hier voor het hele recept.


21 augustus 2021

Spareribs uit de slowcooker van Ruud Besems

Spareribs die zo mals en zacht zijn dat ze zo van de botjes komen. Ruud Besems weet hoe je dat maakt.

Spare ribs uit de slowcooker zijn supersimpel te maken, weet Ruud Besems. Ruud heeft een leuke website waar je van alles kunt lezen over verschillende onderwerpen, vooral over zijn passie koikarpers. Maar daar hebben we het een andere keer over. In deze aflevering van Weekendkokkie onthult Ruud het geheim voor de lekkerste spareribs.

Heerlijk mals en nooit meer vette vingers

Eet je spareribs uit de slowcooker, dan heb je nooit meer vette vingers, is Ruuds ervaring. 'De licht pittige spareribs zijn zo heerlijk mals dat ik de barbecue eigenlijk niet mis', zegt hij. 'Het vlees wordt zo zacht dat je de botjes er met mes en vork uitschuift.'

Nou, dat gaan we proberen. Hij geeft ook nog deze tip: 'Laat je adviseren door een goede slager. Neem spareribs met een goede vlees- tot vetverhouding. Magere spareribs lijken misschien gezonder maar geven een veel minder smakelijk gerecht. De wat lager gesneden ribs zijn prima. Er zit meer vet aan en daardoor zijn ze heel geschikt om langzaam te garen.'

Dit heb je nodig voor de rub

Per 500 gram spareribs

3 theelepels paprikapoeder
1 eetlepel versgemalen zwarte peper
2 theelepels gerookt paprikapoeder
1 theelepel cayennepeper

Meng de rub door het bijvoorbeeld in een afsluitbaar doosje te doen en goed te schudden. Je kunt eventueel de hoeveelheden vermenigvuldigen en een voorraadje maken. Als je de benodigde kruiden er met een lepel uithaalt kun je de rest goed afgesloten bewaren. Verwijder eventueel het vlies van de ribs en wrijf je ze in. Laat de rub twee tot drie uur intrekken.

De tekst gaat onder de foto verder.

 

Dit heb je nodig voor de saus

1 teentje knoflook (uit de pers)
1 eetlepel zoute sojasaus
1 eetlepel zoete sojasaus
1 theelepel gerookt paprikapoeder
1 theelepel chilipoeder
1 theelepel kerriepoeder
2 eetlepels maple syrup
100 milliliter tomaten basissaus
3 eetlepels water
2 eetlepels olijfolie
3 eetlepels piripiri saus
3 eetlepels Jack Daniels
2 theelepels sambal

Meng alle ingrediënten voor de saus door elkaar en zorg dat er een mooie laag op de bodem van de slowcooker ligt. Leg de spareribs met de vleeszijde (bolle kant) omhoog in de slowcooker. Smeer de bovenkant van de ribs in met het restant van de saus. Mocht je saus teveel hebben, giet dit dan gewoon naast het vlees in de slowcooker erbij. Zet op low temperature en stel hem in op 8 uur.

Laat het deksel sowieso de eerste 3 uur dicht. Daarna kun je eventueel, indien nodig, het vlees bedruipen. Wat Ruud betreft hoeft dit echter niet. Hij draaide na 5 uur de spareribs om zodat het vlees in de saus kwam te liggen. Na ongeveer 7 uur kun je ze weer terugdraaien. Haal ze na 8 uur voorzichtig uit de slowcooker. Kook de saus wat in en serveer er apart bij.
Eventueel kun je de ribs nog even onder de grill leggen voor een knapperig korstje, maar nodig is het niet.

 


29 juni 2019

Zo belachelijk makkelijk is zelf pindakaas maken

Er zijn mensen die niet kunnen koken. Voor dit recept is dat helemaal niet erg, want je hebt nog nooit zoiets makkelijks gemaakt. Hou je van pindakaas? Let dan even op.

Voor de pindakaas-fan

Wie als echte pindakaas-fan eenmaal zelf een keer pindakaas heeft gemaakt, wil meestal niets anders meer. Het enige dat je qua apparatuur in huis moet hebben is een foodprocessor. Je kunt de pinda's ook in een vijzel malen, maar dat vindt Weekendkokkie dan net weer een beetje teveel gedoe. Laat de foodprocessor het werk doen!

Dit is het verschil

We willen nog even iets vertellen over het verschil tussen een pot pindakaas uit de winkel en een pot zelfgemaakte pindakaas. De pindakaas uit de winkel bevat emulgatoren die alle ingrediënten bindt en er een smeuïge massa van maakt. Dat heb je in de hobbykeuken niet. Als je pinda's langdurig maalt, dan splitst de olie zich van de noot. Sommige mensen zitten daar niet mee en roeren de bovenliggende olie door de pasta voordat ze hun boterham besmeren. Je kunt er wel iets aan doen.

De tekst gaat onder de foto verder.

Geen stopverf

Door er wat extra arachideolie bij te doen, bindt dat al weer iets wat en eventueel kun je ook een klein lepeltje allesbinder door de pindakaas mengen tijdens het malen. Maar gebruik niet teveel, want het verandert dan snel in stopverf en dat wil je ook niet. Bewaar je zelfgemaakte pindakaas altijd in de koelkast. De koude omgeving zorgt er ook voor dat je pindakaas geen oliebad heeft. En dan gaan we het nu gewoon maken!

De tekst gaat onder de afbeelding verder.

De ene pinda is de andere niet

O ja, nog even dit: De ene pinda is de andere niet. Wij vinden de pinda's van Harry's notenbar op de markt perfect geschikt voor deze pindakaas. Je krijgt dan pindakaas met een volle verse pindasmaak. Wie niet in de Drechtsteden woont, doet er verstandig aan op zoek te gaan naar een goede (delicatessen)zaak voor het beste resultaat.

De tekst gaat onder de afbeelding verder.

Dit heb je nodig

250 gram doppinda's (het gewicht als ze gedopt zijn)
250 gram gezouten pinda's
ongeveer 2 eetlepels arachideolie (= pindaolie)
½ tot 1 theelepel zout
(eventueel 1 koffielepeltje allesbinder)
1-2 brandschone jampotten met deksel

Daar gaan we

* Verwarm de oven voor op 180 graden.
* Dop de pinda's. Haal van de helft van de pinda's de velletjes eraf, bij de andere helft mag het velletje blijven zitten.
* Spreid alle doppinda's uit over de bakplaat en rooster ze ongeveer 15 minuten tot ze goudbruin zijn. Zonodig even keren voor een gelijkmatige bruining.
* Laat de pinda's op een bord helemaal afkoelen.
* Doe de afgekoelde pinda's samen met de andere gezouten pinda's en een half theelepeltje zout (om mee te beginnen) in de kom van de foodprocessor en maal tot de pinda's glad en zacht zijn.
* Voeg eerst 1 eetlepel olie toe en zet de machine weer aan. Stop de machine af en toe om met een spatel langs de rand van je kom te gaan, want alles moet helemaal glad worden. En proef (steeds met een schoon lepeltje) of er nog wat zout bij moet.
* Maal tot het helemaal glad is naar je zin. Mag het wat korrelig zijn, stop dan eerder met malen. Is de pindakaas nog te stijf, doe er dan nog een pietsie arachideolie bij.
* De pindakaas lijkt nu wat dunnig, maar dat komt door de warmte van het malen en de machine. Het stijft in de koelkast heus op tot pindakaas.

Je kunt ook pindakaas met een smaakje maken door er bijvoorbeeld honing aan toe te voegen of sambal als hartig je voorkeur heeft. In de koelkast blijft de pindakaas maanden goed, maar je moet altijd een schoon mes of lepeltje gebruiken om de pindakaas uit de pot te halen.


23 juni 2019

Zomerse Weekendkokkie met deze appel-citroen plaatkoek

Als het snikheet is, heeft niemand zin om lang in de keuken te staan. En er zullen ook wel mensen zijn die niet lang in de keuken willen staan als de ijspegels aan het raam hangen. Dus: dit is een recept voor werkelijk iedereen.

Geef eens gul

Gebak dat op de bakplaat wordt gebakken laat zich gul uitdelen. En is het teveel om in één koffie- of theemoment op te eten, dan kun je de koek in stukken snijden en invriezen. Bestuif ze dan na het ontdooien en zo kort mogelijk voor het opdienen met poedersuiker. Maar laten we het eerst maar eens gaan maken.

Dit heb je nodig

300 g zelfrijzend bakmeel
200 g roomboter
160 g witte basterdsuiker
snufje zout
1 ei
1 kg Elstar appels
2 volle eetlepels kristalsuiker
2 volle eetlepels custard
1 eetlepel rum essence
1 eetlepel citroen essence
citroensap uit een flesje of van een verse citroen
75 g grote rozijnen
25 gram amandelschaafsel

De bakplaat uit je oven of een andere grote platte ovenschaal
Extra kom voor de appelpartjes
Groot vel aluminiumfolie en een vel pakpapier

* Plaats het rooster iets onder het midden van je oven en verwarm de oven op 160 graden.
* Doe de rozijnen in een kommetje, doe er de eetlepel rum essence bij en giet er zoveel kokend water over tot alle rozijnen net onder staan. Laat het zo staan.
* Spray de bakplaat met bakspray, leg er een bakvel op en spray het bakvel (ook de opstaande randen)
* Roer de boter zacht in een beslagkom en voeg de basterdsuiker en het zout toe.
* Doe in gedeelten het bakmeel erbij.
* Doe het ei erbij en mix met de mixer met deeghaken of de roerder van de keukenmachine of met de hand tot je een samenhangend deeg hebt.
* Druk het deeg gelijkmatig uit op de bakplaat. Zet de bakplaat in de koelkast om te rusten. Past de bakplaat niet in de koelkast, zet hem dan ergens koel weg.
* Snij de appels een voor een door eerst de appel in vieren te snijden, de schil en het klokhuis te verwijderen en daarna het partje nog één keer door te snijden. Doe de partjes in de kom.
* Besprenkel na iedere appel met citroensap.
* Als alle appels zijn gesneden en met citroensap zijn besprenkeld, doe je er de eetlepel citroen essence bij. Schep alles om.


* Doe de 2 volle eetlepels kristalsuiker erbij en schep weer om.
* Pak de bakplaat er weer bij en verdeel de 2 volle eetlepels custardpoeder over het deeg.
* Kiep de hele kom met appelpartjes om boven de bakplaat, inclusief het vocht.
* Verdeel de partjes over de bakplaat.
* Giet de rozijnen af in een vergiet en verdeel de rozijnen tussen de appelpartjes.
* Verdeel het amandelschaafsel over de appelpartjes en rozijnen.


* Schuif de bakplaat in de oven en zet de wekker op 60 minuten.
* Draai na 30 minuten de bakplaat om zodat de achterkant naar voren komt.
* Bak nog 30 minuten. Temper de hitte als het nu al te hard gaat en dek desnoods af met aluminiumfolie.
* Haal de bakplaat na een baktijd van 60-70 minuten uit de oven als de appel en de koek mooi bruin gebakken is.
* Laat de bakplaat op een rooster helemaal afkoelen.


* Bestuif voor het opdienen met poedersuiker en eventueel een toef slagroom.

Weekendkokkie hoeft natuurlijk niet te zeggen dat dit een lekker, frisse zomerkoek is bij de koffie of bij een kopje thee.


15 juni 2019

Shoarma - dat noem je geen tosti meer – met perzik

Met Turks brood kun je ongelooflijk veel kanten op. Het broodkruim heeft een zachte structuur en leent zich ook goed om te vullen. En dat gaat Weekendkokkie vandaag doen.

Bijzonder broodje

Turks brood is ook een heel goede basis voor bijzondere tosti's. Ons broodje van vandaag is zo bijzonder dat je eigenlijk niet meer van een tosti kunt spreken.

Dit heb je nodig voor 2 personen

½ Turks brood (afbak)
500 gram kipshoarma
3-4 plakken ontbijtspek
1 kuipje smeerkaas sambal
3 verse perziken (of 5-6 halve uit blik)
1 grote tomaat
wokolie
shoarmakruiden
zwarte peper uit de molen
4 eetlepels sweet chilisaus

Tosti-ijzer
Koekenpan

* Verhit 3 eetlepels wokolie in een koekenpan en bak het shoarmavlees gaar. Af en toe roeren.
* Snij ondertussen de tomaat in plakken.
* Schil de perziken, halveer ze en verwijder de pit. Snij de helften in dikke schijven en/of stukjes. Gebruik je perziken uit blik, snij die dan in dikke plakken.
* Snij het brood doormidden. Je kunt de andere helft van het brood invriezen en op een ander moment afbakken.


* Snij het halve brood overlangs doormidden.

* Smeer het hele kuipje smeerkaas over de twee broodhelften en bestrooi heel licht met shoarmakruiden.

* Als het vlees gaar en bruin is, haal het dan uit de pan.
* Doe 1 eetlepel wokolie bij het achtergebleven vet en bak de plakjes ontbijtspek op hoog vuur aan beide zijden bruin. Haal uit de pan.
* Bak op hoog vuur de plakken tomaat in het achtergebleven vet.
* Bestrooi de tomaat met wat shoarmakruiden en wat zwarte peper.
* Haal de tomaat uit de pan.
* Bak in het achtergebleven vet de perzik op hoog vuur. Roer voorzichtig om en om totdat het gaat bruinen. Bestrooi de perzik met een klein beetje shoarmakruiden en zwarte peper.
* Verwarm ondertussen je tosti-ijzer.
* Als de perzik voldoende bruin is, haal het dan uit de pan.

* Bouw je tosti op: leg op één helft de plakjes ontbijtspek op de smeerkaas.
* Leg daar vervolgens de perzikstukjes, de tomatenplakken, en het shoarmavlees op.
* Verdeel ongeveer 4 eetlepels chilisaus over het vlees.

* Dek af met de andere broodhelft en druk voorzichtig wat aan.
* Leg je tosti op het tosti-ijzer en laat het bakken tot het brood lekker knapperig is.

Wij zijn nu even niet bereikbaar.


08 juni 2019

Weekendkokkie eet gebakken ei uit de oven (ja, dat kan!)

Simpel te maken hapjes, daar houden we van in het weekend. En daarom bakt Weekendkokkie vandaag een lekker eitje in de oven. Gewoon omdat het kan.

Ontbijt of lunch

Het is lekker als ontbijt, maar ook als lunchhapje kun je zo’n gebakken ei uit de oven best waarderen. En echt, het is zo gemakkelijk als maar zijn kan.

Dit heb je nodig per persoon

1 (dik gesneden) boterham
1 ei
3-4 reepjes ontbijtspek
1 tomaat
wat kaaspoeder
olijfolie
zwarte peper uit de molen
(gedroogde) dille of peterselie

muffinvorm
glas of andere uitsteekvorm

* Verwarm de oven voor op 200 graden. Snij de tomaat in dikke plakken.
* Pak een glas of andere uitsteekvorm met zo ongeveer dezelfde diameter als je muffinvormpje en steek er een rondje mee uit het midden van je boterham. Grill je boterham en het rondje aan beide zijden goudbruin en leg op een bord.


* Vet de muffinvorm in met olijfolie en vet ook twee extra holletjes in.
* Leg twee reepjes ontbijtspek kruislings in het vorm.
* Leg een plak tomaat in de vorm en geef er een draai zwarte peper op.

* Tik een ei bovenop de tomaatschijf.
* Bestrooi met een beetje kaaspoeder.
* Snij de rest van de tomaat in kleine stukjes en doe in een leeg muffinvakje. Bestrooi met wat zwarte peper.
* Snij ook nog wat ontbijtspek klein en doe dat in een ander muffinvakje.

Schuif de muffinvorm in de oven en bak ongeveer 10 minuten. Het ei is goed als het eiwit gestold is.
Haal het ei met behulp van twee eetlepels uit de vorm en zet het in het gat van de boterham. Leg er wat van de extra meegebakken tomaatstukjes en spekstukjes bij, plus het broodrondje. Lekker met HP-saus (Daddies). Garneer met wat dille of peterselie en klaar is Weekendkokkie!


01 juni 2019

De beschuitbol is zwaar ondergewaardeerd en daar gaan we wat aan doen

Het is onbegrijpelijk dat beschuitbollen zo ondergewaardeerd worden, want je kunt er juist enorm veel mee doen. Niet iedere supermarkt verkoopt beschuitbollen en als ze ze wel hebben, dan liggen ze vaak ergens onderop bij de broodafdeling. Vraag dus bij jouw supermarkt naar verse beschuitbollen als je ze niet direct kunt ontdekken.

Wat is een beschuitbol?

Eerst even een lesje: wat is een beschuitbol eigenlijk? Een beschuitbol is eigenlijk een halffabricaat. Beschuitbollen zijn gemaakt van zacht, iets gezoet witbrood en ze worden gebakken in een beschuitdop. Die dop staat over het deeg heen tijdens het bakken, waardoor de bol twee afgevlakte kanten krijgt. De benaming beschuitbol is dus eigenlijk niet helemaal goed, want uiteindelijk is er weinig bols aan en hij is ook niet bros. Maar dat geeft niets.

Een beschuitbol kun je doorsnijden en eten met hartig of zoet beleg. Dan eet je eigenlijk een plat kadetje. Je kunt hem ook beleggen en er tosti's van maken in een tosti-ijzer. Niet alleen is een beschuitboltosti lekker met ham en/of kaas, maar een zoete tosti met hazelnootpasta (en plakjes banaan!) is ook heerlijk. De oeroude beschuitbol heeft zoveel mogelijkheden dat hij eigenlijk nieuw leven ingeblazen moet worden. Wij hebben twee variaties gemaakt, maar laat je fantasie gerust los op de ontelbaar veel andere toepassingen.

Lekkere beschuiten bakken

Veel lekkerder dan welk beschuitmerk dan ook!

Voor 8 beschuiten

4 beschuitbollen

* Verwarm de oven voor op 140 °C.
* Snij de 4 beschuitbollen door en leg de halve beschuitbollen met de snijvlakken naar beneden op een bakplaat. Bak ze in ongeveer 20 minuten tot ze de goudgele kleur van een beschuit hebben en het hol klinkt als je er op klopt.
* Kijk halverwege of het niet te hard gaat, temper anders de hitte. De beschuiten moeten niet zozeer bakken als wel drogen.
* Haal de bakplaat uit de oven, keer de beschuiten om en bak ze nu nog 15-20 minuten met de snijkanten naar boven tot ze helemaal droog en iets donker goudgeel zijn.
* Laat de beschuiten helemaal afkoelen op een taartrooster en bewaar ze in een afgesloten (beschuit)bus.

Ontbijtbeschuitbol

 

Voor 4 stuks

4 beschuitbollen
4-8 reepjes ontbijtspek
4 verse eieren
4 eetlepels tomatenketchup
4 eetlepels geraspte kaas
olijfolie
zwarte peper uit de molen

Bakpapier

* Oven voorverwarmen op 200 °C.
* Bekleed de bakplaat met bakpapier.
* Snij dun het kapje van de bovenkant van beschuitbollen en hol de broodjes uit tot ongeveer 1 centimeter van de wand.
* Bestrijk de buitenkant van de beschuitbollen dun met olijfolie en zet ze op de bakplaat met bakpapier.
* Besmeer de holtes met tomatenketchup.
* Drapeer op de rand van de broodjes een reep ontbijtspek.
* Breek boven elk broodje voorzichtig een ei zodat de dooier heel blijft.
* Strooi over elk ei ongeveer een eetlepel geraspte kaas en maal er een beetje peper over.
* Bak de broodjes in het midden van de oven in 20-25 minuten tot het spek gebakken is en het eiwit helemaal gestold.

Zo'n ontbijtbeschuitbol zou het trouwens ook prima doen bij de lunch of 's avonds met bijvoorbeeld een kopje soep.


20 mei 2019

Anders dan anders-cake met Weekendkokkie

Door alle brownies, blondies, cupcakes en muffins zou je bijna vergeten dat er ook nog gewone recht-vooruit-cake bestaat. Niets is lekkerder dan een plak goudgeel gebakken cake van goede roomboter en verse eieren. Maar Weekendkokkie zou Weekendkokkie niet zijn als er toch een kleine twist is toegevoegd.

Cake met abrikozenjam en gember

In Weekendkokkie vandaag: cake met abrikozenjam en gember. Het is heel makkelijk want die abrikozenjam gaat gewoon door het cakebeslag. En dat is lekker!

Dit heb je nodig

200 g ongezouten roomboter
200 gram witte basterdsuiker
4 middelgrote eieren
250 cakemeel (Beste Basis van Koopmans)
200 gram abrikozenjam
4-5 gekonfijte gemberbolletjes

Voor het glazuur
140 gram poedersuiker
4-5 eetlepels gembersaus uit het potje van de bolletjes
gemberpoeder
bakspray

cakevorm van 28 centimeter

Daar gaan we

* Zorg dat alles op kamertemperatuur is.
* Zet het rooster iets onder het midden van de oven en verwarm de oven voor op 150 °C voor hetelucht en 160 °C voor een elektrische oven.
* Vet de cakevorm in met bakspray en bestuif de binnenkant met bloem. Schud goed de overtollige bloem uit het blik.
* Snij de gemberbolletjes in kleine stukjes.
* Klop de boter met de mixer in een beslagkom zacht en romig.
* Doe de basterdsuiker erbij en klop tot het een gladde massa is.
* Mix er één voor één de eieren door. Voeg direct een nieuw ei toe als het vorige is opgenomen in het beslag.
* Klop het beslag voor 3 minuten (niet langer!) op de hoogste stand.
* Doe de jam en de stukjes gember erbij en klop tot alles is opgenomen. Niet langer!
* Doe het cakemeel erbij in drie gedeelten. Voeg direct het nieuwe deel toe nadat het vorige is opgenomen. Nu direct stoppen met roeren anders gaat het niet goed.
* Doe het cakebeslag in de cakevorm.
* Bak de cake in 60 tot 70 minuten gaar en goudbruin.
* Prik met een houten prikker. Als die er droog uitkomt, is de cake gaar.
* Haal de cake uit de oven, verwijder de vorm en laat hem op een rooster afkoelen.

De tekst gaat onder de foto verder.

The icing on the cake

Je abrikozen-gembercake wordt extra lekker met een laagje gemberglazuur. Dat maak je heel eenvoudig.

* Doe 3 eetlepels gembernat uit het potje gemberbolletjes bij de poedersuiker en roer het los. Waarschijnlijk is dat nog niet genoeg om het enigszins vloeibaar te maken.
* Doe er steeds een eetlepel gembernat bij, maar blijf goed roeren en wees voorzichtig met vocht toevoegen want het is snel teveel en dan wordt je glazuur te dun. Stop met vocht toevoegen als je glazuur een dikke pasta is.
* Roer nog even flink met een lepel tot het glazuur glanst.
* Verdeel het glazuur over de afgekoelde cake en het is niet erg als het er een beetje afloopt, dat staat deftig.
* Bestuif van grote hoogte (dat verdeelt beter) de cake met een beetje gemberpoeder, niet teveel.

En klaar is Weekendkokkie!


11 mei 2019

Zo maakt Weekendkokkie Hotdogs de Luxe

Hotdogs ken je misschien het beste van het Broodje Hotdog. Als je daar een uitgebreide versie van eet, dan kun je het broodje verder vullen met bijvoorbeeld zuurkool. We gaan het vandaag eens even helemaal anders doen. Weekendkokkie maakt een Hotdog de Luxe. En dat doe je zo.

Geen brood maar bladerdeeg

Een broodje hotdog is heerlijk, maar soms ook een beetje saai. Vooral als je niet meer gebruikt dan een droog broodje en een streep mosterd. Nou ja, en die worst dan natuurlijk. We gaan nu op de luxe toer en gebruiken bladerdeeg in plaats van brood.

Dit heb je nodig voor 2 Hotdogs de Luxe

2 worsten uit een blik hotdogs
2 plakjes bladerdeeg
1 sjalot of kleine ui
6 plakjes bacon (vleeswaar)
tomatenketchup
1 eetlepel (olijf)olie
1 eigeel
snufje (grof) zeezout

Bakpapier, keukenkwast

En hup

Verwarm de oven voor op 180 graden.
Leg twee plakjes bladerdeeg op het aanrecht, haal de papiertjes eraf en laat ontdooien.
Laat twee hotdogs uitlekken op een velletje keukenpapier.
Splits een ei en doe de dooier in een kommetje.
Pel het uitje en snij het in robuuste dikke ringen.
Verwarm een eetlepel olie in de koekenpan en laat de uiringen zachtjes bakken tot het ze glanzend zijn en iets gaan bruinen. Haal ze dan uit de pan en laat ze even op een bordje staan.
Bak in het achtergebleven vet de dunne plakjes bacon zachtjes uit tot het krimpt en lichtgekleurd is. Haal ook uit de pan.

 

Smeer ieder plakje bladerdeeg in met een lekkere flats tomatenketchup. Smeer het uit over het deeg met de bolle kant van een lepel.
Verdeel de uiringen erover en leg de plakjes bacon erop.
Leg er een worst op.

Vouw twee punten van het deeg diagonaal over elkaar.
Bekleed de bakplaat met een velletje bakpapier en leg de hotdogs erop.
Bestrijk het deeg goed met het eigeel.
Sprenkel heel licht een klein snufje grof zeezout over het deeg.

Schuif de bakplaat in de oven en bak in ongeveer 20 minuten gaar en lekker bruin. Je kunt deze Hotdogs de Luxe ook koud eten, maar Weekendkokkie heeft nog nooit meegemaakt dat iemand zo lang kon wachten.


04 mei 2019

Hallo Weekendkokkie, wat maak je me nu!

Vandaag mensen, hebben we zo iets lekkers, dat is met geen pen te beschrijven. Of toch? We maken namelijk een wrap met een twist. Want ja, anders is een wrap ook maar een wrap.

Tip van de dag

Als belangrijkste tip geven we mee dat het slim is om alle ingrediënten op tijd uit de koelkast te halen, want dan smaakt je wrap het lekkerst. Hoeveel wraps je uit dit recept maakt, hangt een beetje af hoe dik je ze wilt hebben. Wij hebben met onderstaande hoeveelheden vier dikke wraps gemaakt, maar je kunt ook zes dunnere maken.

Dit heb je nodig

ongeveer 600 gram shoarmavlees
4-6 grote tortillavellen
klein zakje gesneden ijsbergsla van 100 gram
2 tomaten
halve rode paprika
1 bakje coleslaw rauwkost (250 gram van Bieze)
4-6 eetlepels knoflooksaus
4-6 eetlepels sweet chilisaus (of loempiasaus)
2 eetlepels wokolie
zwarte peper uit de molen
4 (of 6) stukken aluminiumfolie

Staat u allen klaar? Daar gaan we

Bak het shoarmavlees zachtjes aan in 2 eetlepels wokolie.
Snij ondertussen de tomaten in dunne plakjes.
Snij het vruchtvlees van de halve rode paprika in hele dunne reepjes.

Leg 4 (of 6) tortillavellen bij elkaar. Bestrijk de vellen met de sweet chilisaus, maar laat de buitenrand droog.

Verdeel de ijsbergsla over de chilisaus.Verdeel de tomaatplakjes over de vier tortillavellen door ze op een rij te leggen op ongeveer een derde van ieder vel.

Verdeel over de tomaatplakjes de reepjes paprika.Verdeel daar weer de inhoud van het bakje coleslaw over. Druk het met je schone vingertoppen een beetje plat. Draai over iedere reep rauwkost een beetje zwarte peper uit de molen.

Als het vlees is uitgebakken, schep het dan direct uit de pan op de rauwkost. Verdeel de knoflooksaus over het vlees.


Rol de wrap op en verpak één kant in aluminiumfolie zodat je hem gemakkelijker kunt vasthouden tijdens het eten. Serveer direct.
En dan is het alleen nog maar een kwestie van een stapel servetten bij de hand houden, want dit kun je nooit netjes opeten. Maar lekker! Zo, Weekendkokkie is klaar, zet jij de film aan?

 

 


27 april 2019

Stroopwafel-appeltaart met cruesli en fudge van Zuster Evie

De geur die je huis vult als deze taart in de oven staat is heerlijk. Maar daarvoor alleen maak je deze stroopwafel-appeltaart, natuurlijk niet. Hij smaakt ook nog eens verrukkelijk. Hollandser dan appeltaart bestaat eigenlijk niet, maar met deze twist is hij net weer even anders. En ook makkelijk te maken, dus hup aan de slag!

Kies voor deze appeltaart sappige, niet te harde appels, zo wordt je taart niet te droog.

Dit heb je nodig

1 pak Koopmans Appeltaart
175 g ongezouten roomboter
1 ei
5-6 appels
2 eetlepels citroensap (uit een flesje)
1 eetlepel kristalsuiker 2 theelepels kaneel
1 blok (= ong. 175 gram) fudge honingsmaak (Zuster Evie)
250 gram cruesli rozijn
5 stroopwafels (honingsmaak)

bakblikinvetter spray 1 springvorm van 24 of 26 cm doorsnede (een kleinere hogere taart of een grotere iets plattere) of een andere ovenvaste vorm.

Daar gaan we

Zet het rooster van de oven iets onder het midden en verwarm de oven voor. Een elektrische oven op 175 °C en een heteluchtoven op 160 °C.

Spray de bakvorm in met bakblikinvetter.

Roer de boter zacht in een beslagkom en voeg de appeltaartmix en het ei toe. Kneed alles met een mixer met deeghaken of met de hand tot een samenhangend deeg.

Hou ongeveer een kwart van het deeg apart en bekleed met de rest de de bodem en de rand van je vorm. Maak het niet te dik, want er komt nog cruesli op de bodem in en dan wordt het allemaal veel te hard en te kruimelig. Dus kijk ook goed of de overgang van de bodem naar de opstaande rand niet te dik is. Zet de vorm zolang in de koelkast en zet ook je overgebleven deegbal even in de koelkast.

Doe in een andere grote kom het citroensap, de kristalsuiker en de kaneel en roer dit door elkaar. Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd de appels in kwarten en iedere kwart nog een keer middendoor tot je twee dikke stukken hebt. Doe de appelstukken in de kom bij het citroenmengsel en schep steeds om zodat ieder appelstukje ermee bedekt wordt. Snij iedere stoopwafel doormidden en iedere helft in vier puntjes. Doe ze bij het appelmengsel en schep voorzichtig om.

Doe je cruesli in een kom en maak grote brokken kleiner met je hand of draai het even fijn in de foodprocessor. Snij de fudge in stukjes en meng ze door de cruesli-stukjes.

Haal nu de vorm en deegbal weer uit de koelkast. Verdeel de helft van het crueslimengsel over de taartbodem. Doe de andere helft bij je overgebleven deeg en kneed met de hand de cruesli goed door het deeg.

Doe de appels met stroopwafelstukjes op de cruesli-bodem in de vorm (inclusief het citrus-kaneelvocht!) en verdeel alles netjes. Druk met je vlakke hand de appels goed aan op de crueslibodem.

Draai van het overgebleven deeg rolletjes tussen je handen en leg die kruislings op de appels. Druk ook die goed aan.

Zet de taart in de oven en zet de wekker op 60 minuten. Kijk na 45 minuten of de taart niet te donker wordt. Dek hem anders af met een aluminiumfolie en bak verder. Na een uur moet je taart mooi bruin zijn.

Laat de appeltaart helemaal afkoelen voordat je de springvorm verwijdert. Bestuif voor het serveren de taart met wat poedersuiker.

Dat was het Weekendkokkie van deze keer, mensen.


13 april 2019

Weekendkokkie op de deftige toer: Stoofperentaart

Uit het Dordrechts Winterboek krijg je van ons dit eenvoudige recept voor een heerlijke stoofperentaart. Gratis en voor niks krijg je er nog het recept bij voor ouderwetse stoofpeertjes van Gieser Wildeman-peren (lekker bij draadjesvlees!). Ieder recept in het Dordrechts Winterboek begint met een dialoog in Dordts dialect.

Stoofpeerties

'Èndelluk ies wâ kok lus.'
'Je lus altèd allus'
'Stoofpeerties kon me moeder altèd so lekke make.'
'En ikke nie?'
'Jèh ben te ongeduldig. Sachies motte se gân en dan mè draadjiesvlees en un krumig aârdappeltie.'
'As jie ut so goed weet, maâk ie se toch lekkur selluf? Of je moeder.'
'Nee, want jij mot ut nog lere.'

Koning onder de stoofperen is de Gieser Wildeman. Dit stoofperenras geeft de lekkerste peertjes als je ze lang op heel laag vuur laat stoven, wel zo'n twee uur. Met het lange stoven verdwijnt de ietwat korrelige structuur van het vruchtvlees en worden de peertjes fluweelzacht.
Overigens zijn de peertjes op deze foto geen Gieser Wildeman, maar een ander perenras. Even snel het simpele ouderwetse recept van Gieser Wildemannen?

1 kilo Gieser Wildeman stoofpeerjes
3 dl goedkope vruchtenwijn
1 kaneelstokje
60 gram kristalsuiker
2 theelepels aardappelmeel 

Snijd de stoofpeertjes in vieren, schil ze met een scherp mesje en ontdoe ze van de klokhuisjes. Doe de stoofpeertjes in een hele wijde pan en schenk de wijn erop. Vul met koud water aan tot de peertjes net onder staan. Doe de kristalsuiker erbij en het kaneelstokje, roer even door met een houten lepel en breng de peertjes (niet meer roeren) aan de kook. Zet nu het vuur helemaal laag en laat de peertjes met het deksel op de pan een uur lang zo zacht mogelijk stoven. Gebruik eventueel een sudderplaatje onder de pan. Haal na een uur het kaneelstokje eruit en laat de peertjes nog eens een uur lang stoven.

Haal met een zeef de peertjes voorzichtig uit het vocht en hou ze even apart in een kom of op een bord. Zet nu het vuur hoog en breng het vocht aan de kook. Laat het voor de helft inkoken. Doe ondertussen het aardappelmeel in een kommetje en leng aan met een scheutje water tot een glad papje van karnemelkdikte. Draai het vuur helemaal laag en laat een klein beetje van het aardappelmeel in de saus lopen. Roer goed met een houten lepel. Heeft het vocht de dikte van een dunne saus? Dan is het goed. Anders nog een klein beetje erbij. Draai het vuur nu helemaal uit en doe de peertjes voorzichtig terug in de saus. Je kunt ze lauw of koud eten, maar stuif er voor het opdienen altijd nog een beetje kaneel over.

Het recept voor de taart begint onder de foto.

Stoofpeertiestaart met straatsiejatella en speculaasjies

(oftewel: Stoofpeertjestaart met stracciatella en speculaasjes)

Voor deze taart hebben we stoofpeertjes gebruikt uit het koelvak van de supermarkt. Die zijn lekker stevig.

Dit heb je nodig

175 gram roomboter
250 gram amandelspeculaasjes
2 potten stracciatella kwark à 450 gram
2 bakjes stoofpeertjes a 400 gram met sap uit het koelvak van de supermarkt (of 2 potten à 350 gram op lichte siroop)
150 gram kristalsuiker
12 gelatineblaadjes Dr. Oetker
40-50 gram geschaafde amandelen

en verder een springvorm van ø 24 (hoge taart) of ø 26 (grotere lage taart)

Daar gaan we dan:

Verwarm de oven voor op 175 °C.
Spreid de amandelen uit over een bakblik of platte ovenschaal. Rooster de amandelen in de oven en schep ze steeds om tot ze goudgeel zijn. Laat de amandelen afkoelen op een bord. De oven kan uit, die heb je niet meer nodig.

Doe amandelspeculaasjes in de keukenmachine en maal ze helemaal fijn. Smelt de roomboter in een steelpannetje. Haal van het vuur. Doop een keukenkwast in de vloeibare boter en beboter de springvorm.
Voeg de speculaaskruimels bij de boter en roer alles goed door met een houten lepel.
Verdeel de boter-kruimelmassa over de bodem van de springvorm. Druk met de bolle kant van een lepel alles goed aan. Zet de vorm in de koelkast.

Laat de stoofpeertjes uitlekken, maar vang het sap op. Week 12 gelatineblaadjes in een ruime schaal met koud water. Doe de inhoud van de twee potten kwark in een andere ruime kom. Snij vier stoofpeertjes overlangs door en hou ze apart als decoratie op de taart. Snij de overige stoofpeertjes in blokjes en doe ze bij de kwark.

Doe het opgevangen sap in een pannetje en meng er de kristalsuiker door. Breng aan de kook. Knijp de gelatineblaadjes uit en los ze op in het suikersap. Draai daarna direct het vuur uit. Roer even goed en laat het een minuutje staan.
Doe het gelatinemengsel bij de kwark en roer nu alles voorzichtig met een grote houten lepel door elkaar tot de kwark al het vocht heeft opgenomen en de kwark verder glad is.
Haal de springvorm uit de koelkast en giet het kwarkmengel op de speculaasjesbodem.
Laat de taart in de koelkast ongeveer drie uur opstijven. Decoreer voor gebruik de taart met de achtergebleven stoofperenplakjes en het amandelschaafsel. En klaar is het Weekend-kokkie!

Zin om nog eens iets lekkers te maken? Bekijk hier het Dordrechts Winterboek. Het leukste boek vol Dordtse verhalen van en voor Dordtenaren en andere lezers, doe-tips, foto's, illustraties en heerlijke recepten. Het boek zit in een superleuk voorraadblik met die prachtige tekeningen van Dordrecht door Jan Hensema. Je leest er hier meer over.